Naar hoofdinhoud

Al die tijd kwaliteit: terugblik op 25 jaar Vilans-protocollen

Zelf had ze niet verwacht dat het 25 jaar later nog zou bestaan, geeft ze toe. Ida Voorthuis, die aan de wieg stond van wat nu de Vilans-protocollen zijn, blikt terug op het moment dat het allemaal begon. ‘Eigenlijk is er in al die tijd niet zo gek veel veranderd.’

De doorgewinterde zorgmedewerker kan ze zich misschien nog wel herinneren, de papieren boeken met KICK-protocollen die eens per jaar werden opgestuurd. ‘Iedere zorgorganisatie wilde het eigen logo op het boek, want organisaties moesten kunnen aantonen dat ze eigen protocollen hadden,’ memoreert Voorthuis. ‘Engelien Rondaan (nog altijd werkzaam bij Vilans) en ik, hebben daar heel wat tijd ingestoken.’

Nieuwe kennis nodig

Het idee voor een centraal zorgprotocollen-bestand ontstond echter in Groningen, bij het Kwaliteitsinstituut voor Toegepaste Thuis Zorgvernieuwing (KITTZ), een van de organisaties die later werden samengevoegd tot het huidige Vilans. ‘Het KITTZ deed onderzoek naar zorginnovatie,’ vertelt Voorthuis. ‘Er ontstond een trend om mensen zo lang mogelijk thuis te verzorgen. De tijd die men in het ziekenhuis doorbracht, moest naar beneden. En dus kwam het vaker voor dat mensen thuis een infuus kregen, of sondevoeding. Dat was voorheen ondenkbaar. En dus was er snel nieuwe kennis nodig.’

Eén gezamenlijk protocollen-bestand

‘We zijn begonnen om eens uit te zoeken welke protocollen en richtlijnen er al waren. We vonden vijftien thuiszorgorganisaties, van Limburg tot aan Groningen, die mee wilden werken aan het project. We bekeken al hun protocollen, en al snel bleek dat er veel overeenkomsten waren, tot aan de opbouw van documenten aan toe. Ik vermoed dat er in die tijd wel eens wat werd overgeschreven van elkaar. Zonde van het werk natuurlijk. Door een gezamenlijk bestand te gebruiken kon veel tijd bespaard worden.’

Zo geschiedde. KITTZ schreef het algemene bestand met zorgprotocollen. Op basis van landelijke richtlijnen én op basis van de kennis van zorgorganisaties. Ieder jaar was er contact met de gebruikers om feedback op te halen, en het bestand te verbeteren. ‘Eigenlijk is er in al die tijd niet zo gek veel veranderd,’ lacht Voorthuis. ‘Ook nu nog is feedback van gebruikers heel belangrijk voor de kwaliteit en betrouwbaarheid van de protocollen. Al kan men dankzij Mijn Vilans Protocollen tegenwoordig ieder dag feedback geven in plaats van eens per jaar.’

Groeiende kennisgemeenschap

Toch was niet iedere zorgorganisatie direct enthousiast over een gezamenlijk protocollen-bestand, herinnert Voorthuis zich. ‘Men was van mening dat de kwaliteit van zorg die een organisatie leverde afgelezen kon worden aan het eigen protocollenbestand, en men was bang iets waardevols uit handen te geven. Terwijl wij van mening waren  dat juist praktijkvariatie kwaliteit in de weg staat. Gelukkig zagen steeds meer organisaties dit in. Inmiddels bestaat de kennisgemeenschap van Mijn Vilans Protocollen uit honderden grote en kleine zorgorganisaties, en groeit nog elke dag.’

Het belang van protocollair werken

Over het aantal aangesloten organisaties hoeft Voorthuis zich niet druk meer te maken. De oud-verpleegkundige werkt al een tijd niet meer bij Vilans. Toch blijft ze het belang van protocollair werken benadrukken. ‘Protocollair werken betekent dat er eenduidig gehandeld wordt. Voor de cliënt is dit veel prettiger. In een goed protocol worden bovendien de nieuwste inzichten op het gebied van bijvoorbeeld hygiënevoorschriften verwerkt. Zo weet je zeker dat de handeling goed en veilig gebeurt. Ook de zorgmedewerker heeft hier baat bij, want jij bent verantwoordelijk voor het leveren van goede zorg.’

Op 7 oktober staat Mijn Vilans Protocollen stil bij het 25-jarig bestaan met een speciale jubileumdag met workshops en plenaire sprekers. Wil jij hierbij zijn? Meld je dan snel aan! Klik hier voor meer informatie.