Kamertransformaties bij Ipse de Bruggen: van uitgeklede kamers naar veilige woonplekken
Gepubliceerd op: 24-02-2026
Hoe maak je van een kale, uitgeklede kamer weer een veilige, menswaardige woonplek voor cliënten met ernstige gedragsproblematiek? Ipse de Bruggen deed het met twaalf kamertransformaties samen met twee zorgkantoren. Resultaat: meer rust en kwaliteit van bestaan voor cliënten en verwanten, meer perspectief voor teams en een andere kijk op investeren in leefomgeving. Hoe bereikten ze dit?
Binnen Ipse de Bruggen is het een begrip: de kamer van Dolf. Dolf is een man met een verstandelijke beperking en moeilijk verstaanbaar gedrag. Hij woonde 25 jaar bij de zorgorganisatie in een vrijwel volledig gestripte kamer, bedoeld voor zijn eigen veiligheid. Zijn moeder, kunstenares, vroeg aan Ipse de Bruggen of dat niet anders kon. Na een bezoek aan haar zoon, was ze vaak nog dagen van slag door de kale, fysieke omgeving. Dat was voor de toenmalige zorgmanager en directeur Zorg bij Ipse de Bruggen reden om in actie te komen en architect Andrea Möhn te vragen om de kamer van Dolf opnieuw te ontwerpen en te transformeren. Die vernieuwing gebeurde in 2013: andere materialen, andere kleuren en een andere indeling. Alles afgestemd op zijn prikkelverwerking en behoefte aan veiligheid en overzicht.
Nieuw perspectief
Waar Dolfs kamer eerst symbool stond voor machteloosheid en voortdurende reparaties omdat hij de kamer sloopte, werd het na de transformatie een plek waar hij zichtbaar tot rust kwam en beter functioneerde. Een plek waar ook verwanten en begeleiders voor het eerst weer perspectief voelden. Die ervaring met Dolf liet zien wat een doordacht ontwerp van de fysieke leefomgeving kan betekenen voor een menswaardig bestaan.
Groot denken
Ilse van Esch, de huidige directeur Zorg bij Ipse de Bruggen, vertelt dat haar voorganger na dit succes had besloten dat er nog een kamer getransformeerd zou worden. ‘Maar één dure kamer voor één cliënt voelde niet goed. We wilden groter denken en onderzoeken wat er nu echt werkt. Want, was het effect bij Dolf nou eigenlijk toeval?’, zegt Ilse. Ze besloot een groter project op te zetten en klopte onder andere aan bij zorgkantoor DSW.
Verantwoordelijkheid
Dirk Wolbers, manager Zorg bij zorgkantoor DSW, herinnert zich van die beginperiode vooral de treurigheid van de volledig gestripte kamers waar cliënten met ernstige gedragsproblematiek woonden. ‘Je snapt het vanuit veiligheid: net als bij kleine kinderen haal je alles weg wat gevaarlijk kan zijn, maar het voelde ook heel treurig. Dit is iemands huis. We zagen de urgentie, we hoorden de verhalen, we hebben de kamers gezien en we konden gewoon niet wegkijken: mensen moeten de zorg en de woning krijgen die ze nodig hebben. We voelden ons als zorgkantoor medeverantwoordelijk voor een menswaardige fysieke omgeving.’ Zo ontstond de mogelijkheid voor Ipse de Bruggen om vanaf 2019 twaalf kamers te transformeren. Zorgkantoor DSW financierde het merendeel van de kamers, een kleiner deel werd gefinancierd door zorgkantoor Zorg en Zekerheid.
Vertrouwen
Wat hierin meehielp was de stevige relatie die Ipse de Bruggen en DSW al met elkaar hadden. Zonder dat was dit traject niet van de grond gekomen, zegt Marjolein Vermeer, manager organisatie, ontwikkeling en innovatie bij Ipse de Bruggen. Zij en ook Dirk benadrukken het vertrouwen over en weer en de gezamenlijke missie: kwaliteit van bestaan voor cliënten. Dat zorgde ervoor dat er buiten (financiële) kaders gedacht kon worden. Vermeer: ‘We kregen een totaalbedrag per kamer, zonder zogenaamde subpotjes. Dat gaf enorme vrijheid in denkkracht.’ Wolbers voegt toe dat dit project niet begon vanuit een subsidiepotje, maar vanuit intrinsieke motivatie: ‘Er was al een beweging bij Ipse de Bruggen, daarna kwam de financieringsvraag. Dat vertrouwen in hun drive maakte het voor ons makkelijker om ruimte te maken binnen de bestaande afspraken.’
Multidisciplinair maatwerk
‘Bij elke transformatie beginnen we met een grondig onderzoek’, vertelt Marjolein. ‘Wie is deze cliënt, wat is zijn levensverhaal, wat zien we in het medisch en gedragskundig dossier, hoe kijken verwanten naar de situatie? Pas daarna ga je met architecten, vastgoed, facilitair en ICT aan tafel. Zo wordt het echt multidisciplinair maatwerk om te komen tot een kamer waar de cliënt zich veilig voelt. Je zoekt naar kwaliteit van bestaan, maar ook naar perspectief voor iedereen: cliënten, verwanten en het team van begeleiders’, zegt Marjolein. Zo richten de kamertransformaties zich niet alleen op muren, materialen en meubels, maar vooral op de cliënt en zijn of haar hele context.
Veranderende blikken
Een ander mooi voorbeeld van een geslaagde kamertransformatie is die van Ron, een cliënt die op de woongroep achter een muur met een‑op‑eenbegeleiding leefde. Ilse: ‘We hebben letterlijk die muur weggehaald. Als Ron nu uit zijn kamer komt, is hij onderdeel van de groep. Nieuwe begeleiders komen binnen in een setting waar Ron “gewoon” onderdeel van is. Ze krijgen een ander verhaal over hem te horen dan jaren geleden. Dat verandert hun blik, en dat zie je terug in Rons gedrag.’
Nieuwe energie
De winst van de kamertransformaties is merkbaar op drie niveaus. Er treden minder escalaties op bij cliënten en zij krijgen , waar mogelijk, meer mogelijkheden om aan het gewone leven deel te nemen. Verwanten hebben er meer vertrouwen in dat er echt gezocht wordt naar oplossingen. Teams krijgen een nieuw perspectief, nieuwe energie, minder gevoel van machteloosheid en meer aanknopingspunten voor behandeling en begeleiding, vertellen Ilse en Marjolein. ‘De leefomgeving bleek een sleutel te kunnen zijn om weer uitzicht te creëren voor iedereen.’ Dirk van DSW voegt daaraan toe: ‘Voor ons als zorgkantoor heeft dit ook het zicht op de “zware” doelgroep verdiept. Je realiseert je dat de omgeving misschien wel een veel grotere invloed heeft op kwaliteit van leven dan we gewend waren in onze afspraken en financiering.’
Ethische dilemma’s
Kamertransformaties zijn kostbaar. De kosten kunnen voor sommige kamers oplopen tot een ton, oftewel een bedrag dat je nooit voor alle cliënten kunt neerleggen. Dat roept lastige vragen op. Ilse: ‘Het voelt niet chique om zoveel geld voor één cliënt uit te geven en voor een ander niet. Daarom wilden we een transparant selectieproces: welke cliënten komen in aanmerking, en waarom? Je moet dat intern en naar verwanten kunnen verantwoorden.’ Dirk vertelt dat werd gekozen voor de meest kwetsbare cliënten, bij wie alles al is geprobeerd: intern, met het Centrum voor Consultatie en Expertise en met verschillende interne expertiseteams. ‘Cliënten waarbij we echt niet meer weten hoe we toch kwaliteit van bestaan kunnen creëren.’
Wetenschappelijk onderzoek
De ethische vragen gaan verder dan alleen de selectie van wie er wel en niet voor een kamertransformatie in aanmerking komt. Wat doe je met een op maat gemaakte kamer als de cliënt overlijdt of verhuist? Hoe voorkom je dat maatwerk alleen beschikbaar is voor een kleine groep? Daarom vindt er parallel aan de praktijk wetenschappelijk onderzoek plaats naar (de effecten van de) kamertransformaties. De uitkomsten zijn nog niet volledig bekend, maar Ipse de Bruggen en DSW willen niet stilzitten tot het rapport er is.
Ilse: ‘Een belangrijke les is dat innoveren betekent dat iets óók mag mislukken of minder effect mag hebben. Als we alleen dingen doen waar we van tevoren honderd procent succes van verwachten, vernieuwen we niet.’ Dirk is het daarmee eens en besluit: ‘Tegelijk vind ik dat het elke euro waard is, ook als het onderzoek straks laat zien dat het effect kleiner is dan gehoopt. Je leert er enorm veel van.’
Meer weten over de Fysieke Leefomgeving?
Lees de Twinkel en maak gebruik van kennis over deze aanpak.