Marit van der Meulen

Marit van der Meulen

Voordelen van Deeltijdverblijf in de gehandicaptenzorg

Deeltijdverblijf is een mogelijkheid om de overgang van kinderen met een ernstige beperking van thuis naar een instelling geleidelijker te laten verlopen. Toch zijn er nog niet zoveel organisaties die dit regelen. Prinsenstichting ging er wel al mee aan de slag. Hun conclusie? Het is mogelijk, maar het vraagt wel om creativiteit en doorzettingsvermogen.

22-03-2021

‘Veel ouders van ernstig beperkte kinderen staan voor een moeilijk keuze’, vertelt VWS-beleidsmedewerker Hattem van der Burg. ‘Het gaat nu om hun kind langer thuislaten, met het risico van overbelasting en uitputting, of volledig bij een zorgorganisatie laten wonen. Het is dan prettig als de overgang van thuis naar een zorgorganisatie geleidelijker verloopt. Het Deeltijdverblijf kan dan een oplossing zijn.’

‘Zo’n harde overgang past niet bij mensen’ 

Voor Prinsenstichting was dit reden om Flexwonen aan te bieden, een vorm van Deeltijdverblijf. ‘Je wilt het ritme van de cliënt volgen en niet dat de cliënt zich moet aanpassen aan de voorziening’, vertelt directeur Ineke Huibregtsen van Prinsenstichting. ‘Nu gebeurt het vaak zo dat mensen met een beperking heel lang in de eigen situatie worden opgevangen. Totdat het thuis niet meer te doen is.  Dan volgt er een harde overgang. Dat past niet bij het gemiddelde leven van mensen. Het is normaal dat je verschillende vormen van wonen kunt uitproberen. Dat je daar je eigen regie in behoudt. Het is een manier voor mensen met een beperking om zich verder te ontwikkelen en hun vleugels uit te slaan. Die drempel wordt verlaagd doordat zij op eigen tempo kunnen uitproberen.’

Wat is Deeltijdverblijf?

Deeltijdverblijf is iets anders dan bijvoorbeeld logeeropvang of respijtzorg. Bij Deeltijdverblijf verblijft de cliënt minimaal de helft van het jaar in een instelling. Denk hierbij bijvoorbeeld aan 'week op en af': De cliënt verblijft een week in een instelling, gaat de week erop naar huis, komt de week daarna weer terug etcetera. Voor deze vorm werkt de regeling erg goed.

Inzet van een casemanager is handig

Toch is het niet eenvoudig om Deeltijdverblijf te regelen. Zo bleek er bij Prinsenstichting een casemanager nodig om te bemiddelen tussen de logeerplek en de cliënt en zijn naasten. Huibregtsen: ‘In de gehandicaptenzorg bestaat de rol van casemanager officieel niet. De casemanager vervult eigenlijk een brugfunctie tussen de thuissituatie en de instelling. Hij investeert tijd en energie in het contact met de ouders om het aanbod van Flexwonen onder de aandacht te brengen. De casemanager focust zich op de hele context van een persoon. Daar zit namelijk een heel netwerk achter aan ouders, vrienden, opa’s en oma’s en buren. Pas als je de hele context kent, kun je tot de juiste oplossing komen. Wij schrijven de uren van de casemanager nu weg onder individueel begeleid zelfstandig wonen, maar dat is het dus officieel niet. Momenteel vragen wij dan ook een innovatieregeling hiervoor aan bij het Zilveren Kruis, onder de noemer “toeleiding zorg”. Fijn is dat zij echt meedenken en enthousiast zijn over dit soort initiatieven.’

Pas als je de hele context kent, kun je tot de juiste oplossing komen.

‘Knelpunten rond bureaucratie opgelost’

Van der Burg: ‘Sinds 1 januari 2020 heeft het Deeltijdverblijf een plek in de regelgeving gekregen. Het is niet meer nodig om bij iedere wisseling van thuis naar de instelling de leveringsvorm administratief om te zetten. Voor de client, het zorgkantoor de zorgaanbieder en het Centraal Administratie Kantoor (CAK) is er daardoor een hoop bureaucratische rompslomp verdwenen. Wel vraagt het aanbieden van Deeltijdverblijf binnen de Wet langdurige zorg (Wlz) om goede afspraken tussen behandelaars en gemeenten.’

Nadeel is het leegstandrisico 

Ook is de regeling op bepaalde onderdelen nog in ontwikkeling. Van der Burg: ‘Momenteel kijkt de Nederlandse Zorgautoriteit (Nza) bijvoorbeeld wat te doen met het leegstandrisico dat met Deeltijdverblijf kan optreden. Vanwege de combinatie van thuis en instelling is er meer kans op incidentele afwezigheid. Wel is het nog lastig om dit goed door te kunnen rekenen omdat we nog onvoldoende ervaringen hebben. Nog niet zoveel organisaties bieden het aan.’  

Tiny Houses 

Ook bij Prinsenstichting denken ze na over dat leegstandrisico. Huibregtsen : ‘Wij willen Tiny Houses op ons terrein zetten. Maar ook daar lopen we wel tegen wat hobbels aan. Zo hebben we pas ontdekt dat we daarvoor toch moeten heien vanwege de drassige grond. Toch gaan we ermee door. Bij een Tiny House is het minder erg als die een weekje leegstaat. Als het gaat om een plek in onze nieuwbouw zouden dat echt dure vierkante meters worden. Dat zou dan ten koste gaan van andere zorg die we willen leveren en dat willen we voorkomen.'

Geschikt voor verschillende groepen 

Huibregtsen: ‘Wij bieden Flexwonen aan voor mensen met een licht verstandelijke beperking en gedragsproblematiek. Maar eigenlijk is dit aanbod voor alle groepen met een beperking interessant. Iedereen heeft dit soort behoeftes, ongeacht de soort beperking die iemand heeft.’ Van der Burg: ‘De behoefte zit bij meerdere groepen en gaat om meer dan een tijdelijke opstap naar wonen bij een instelling alleen. Zo kunnen ouders van kinderen met ernstige meervoudige beperkingen ook ontlast worden door zorg thuis te combineren met verblijf in de instelling.  Die gezinnen staan vaak continu onder druk door de intensieve zorg en ondersteuning. Terwijl ouders aan de andere kant niets liever willen dat hun kind zoveel mogelijk thuis slaapt. Deeltijdverblijf kan dan uitkomst bieden.’

Samenwerking en maatwerk

Wat zijn tenslotte nog andere adviezen die Prinsenstichting zou willen meegeven? Huibregtsen: ‘Om Flexwonen te regelen is het belangrijk om in gesprek te gaan met het zorgkantoor. Verder is het natuurlijk handig om met een partij als MEE NL en ouders in gesprek te gaan over de cliënten die op de wachtlijst staan voor een woonvorm. Daarnaast werkt het goed om met partijen als een wijkteam en een jeugdteam de handen ineen te slaan. Samen kun je breder kijken hoe je dit soort vraagstukken oplost. Ook al bestaan er nu wel regelingen voor, toch moet je als organisatie wel creatief zijn om dit voor elkaar te krijgen. Het vraagt om veel maatwerk. Je moet echt naast de ouders gaan staan en met hen gaan bespreken wat er nodig is.’

Over Begeleiding à la carte

Prinsenstichting is een van de deelnemers aan het tweejarige traject ‘Begeleiding à la carte’ waarin aanbieders van gehandicaptenzorg binnen lerende netwerken hun praktijkervaringen delen in persoonsgerichte zorg. Daarnaast stellen zij praktische kennis beschikbaar voor de hele sector. In een coachingstraject op maat onderzoekt Prinsenstichting hoe zij nog beter in kunnen spelen op de behoeften van hun (toekomstige) cliënten en hun netwerk. 

Meer informatie? Neem contact op met:

PetraSenior adviseur
Petra
van Alphen
Senior adviseur p.vanalphen@vilans.nl
Profiel
Persvragen? Neem contact op met afdeling communicatie via 06 460 433 51 of pers@vilans.nl