Marit van der Meulen

Marit van der Meulen

Zorgstudenten beter voorbereiden met wijkleercentra

Zorginstellingen en opleidingen willen graag samen opleiden. Het Graafschap College biedt daarom praktijkroutes aan om zo goed in te spelen op de benodigde zorgmedewerker van de toekomst. Twee praktijkroutes maken daarbij gebruik van wijkleercentra, die zich vaak op de locatie van een zorginstelling bevinden.

29-04-2021

Het toenemend tekort aan zorgmedewerkers maakt een andere manier van onderwijs noodzakelijk. Het Graafschap College is daarom een van de vier mbo’s die meedoen aan het onderzoek ‘Zorg voor de Toekomst’. Hierin ontwikkelen zij een scenario voor praktijkroutes: een combinatie van leren en praktijk op de werkvloer. Naast dat deze vorm aantrekkelijk is voor studenten, zorgt het er ook voor dat opleidingen beter aansluiten op vraagstukken die in de praktijk spelen. In dit portret staan we stil bij de belangrijkste kenmerken en de effecten die corona op de praktijkroutes van het Graafschap College heeft gehad. 

De kenmerken van de praktijkroutes

Studenten maken sneller de koppeling met theorie 
Het Graafschap College heeft bewust praktijkroutes opgenomen in hun programma. Dit zodat studenten een beter beeld krijgen van praktijksituaties en daardoor de koppeling met de theorie makkelijker weten te maken. Bovendien hebben studenten zo meer regie op eigen leren. Ook voor de betrokken zorgorganisaties heeft het voordelen. Het wordt met praktijkleren makkelijker om nieuwe mensen aan de zorg te binden en invloed te krijgen op de routes in de Beroepsbegeleidende Leerweg (BBL). Bij de BBL heeft de medewerker al een arbeidscontract waarbij hij/zij werken en leren combineert. Daarnaast biedt het Graafschap College ook een praktijkroute in de Beroeps Opleidende Leerweg (BOL) aan. 

Wijkleercentrum 
Bij de BOL gaan studenten één middag naar het wijkleercentrum waar een docent aanwezig is. Daar bespreken ze casuïstiek of werken ze aan een project. ‘In ieder postcodegebied is er een wijkleercentrum’, vertelt innovatiedocent Willy Reijrink. ‘De meeste van onze 26 wijkleercentra bevinden zich op locatie bij een zorgorganisatie. Per wijkleercentrum is één docent werkzaam die een coachende rol op zich neemt bij de individuele studenten. In sommige wijkleercentra zijn de docenten heel actief, dan zie je dat studenten dit waarderen en zelf ook actiever zijn. Het ene wijkleercentrum is ook wat soberder ingericht dan de ander. Idealiter is het wijkleercentrum vlakbij de werkplek en tegelijkertijd zo ingericht dat het door een student als veilige leeromgeving wordt ervaren.’ 

Ook praktijkroute die volledig op werklocatie is 
Ook bij de BBL-PEGL-route maken studenten gebruik van het wijkleercentrum. PEGL staat voor Praktijkervaringsgerichte Leerroute. Het gaat hierbij om studenten Verzorgende-IG en Mbo-verpleegkundige. Zij hebben al een arbeidscontract en zijn daarnaast een halve dag op school en een halve dag in het wijkleercentrum aanwezig. Tot slot is er ook nog de praktijkroute bij gehandicaptenzorgorganisatie Elver. In deze BBL-route werken de studenten Maatschappelijke Zorg (MZ) volgens contracturen. Reijrink: ‘De instelling heeft een geschikte ruimte voor het aanbieden van onderwijs. Docenten gaan één dag in de week naar de locatie om het onderwijs te verzorgen aan deze MZ-studenten. Zo komen praktijk en lessen mooi samen.’

De opleidingen en leerroutes bij het Graafschap College

De volgende zorgopleidingen zijn onderdeel van de praktijkroutes:

  • Niveau 2: dienstverlening zorg en welzijn 
  • Niveaus 3+4: maatschappelijke zorg 
  • Niveau 3: verzorgende IG 
  • Niveau 4: mbo-verpleegkundige 

Zo zien de praktijkroutes van het Graafschap eruit:

  • BBL-PEGL-route: werk volgens contracturen, halve dag wijkleercentrum, halve dag school.
  • Elver- route (BBL), werken en leren, onderwijsprogramma vindt volledig plaats bij zorgorganisatie Elver.
  • BOL: studenten gaan tijdens stageperiodes een halve dag per week naar het wijkleercentrum in de zorginstelling.

Invloed van corona

Het Graafschap College heeft dus ervaring en mooie plannen wat betreft hun praktijkleerroutes. Daarom zijn zij een waardevolle partner in het onderzoek. Maar toen brak corona uit. Wat had dat voor een invloed op studenten en docenten? 

Online is het moeilijk te zien of iets aankomt 
‘Bij online lesgeven is de dynamiek echt anders’, vertelt de docent die noodgedwongen vanuit huis het contact met studenten onderhoudt. ‘Voor docenten kost online onderwijs meer tijd om zich dat eigen te maken. Vooral bij jonge studenten, is het moeilijk te zien hoe ze erbij zitten. Komt iets aan, vinden ze het leuk? Als je goed wil opleiden voor een sociaal beroep, moet je als docent toch ook echt fysiek bij studenten kunnen zijn.’ Studenten van de Elver-route missen vooral de fysieke activiteiten die ze kunnen doen met bewoners. Ook het samenwerken in een team is soms moeilijk. Zo worden coronamaatregelen soms door medewerkers verschillend uitgelegd.’

‘Studenten konden tijdens corona een stukje extra aandacht geven’
Het Graafschap College heeft tijdens corona ontdekt dat het zelfstandig leren van studenten gewoon door kon gaan door de ingerichte digitale leeromgeving. De praktijkvragen werden daarnaast vooral ingegeven door corona. Tijdens de leermiddagen werden op verzoek van studenten thema’s besproken als hoe om te gaan met isolatie, besmetting, overlijden, en het stellen van grenzen tijdens werkdruk. Sommige stages worden tijdens corona stopgezet, terwijl andere leerbedrijven juist blij waren met de studenten die boventallig zijn. Zij kunnen juist nog een beetje aandacht geven aan bewoners als zorgmedewerkers het extra druk hebben door corona.’

Over Zorg voor de Toekomst

Het samenwerkingsverband Zorg voor de Toekomst wil praktijkroutes voor zorgopleidingen verder ontwikkelen. Gezamenlijk kijken we hoe dit vorm kan krijgen in scenario’s die we in de praktijk toetsen en vervolgens aanpassen. Zo ontwikkelen we een instrument voor praktijkroutes dat we aan mbo- en zorginstellingen ter beschikking stellen en dragen we bij aan een visieontwikkeling op een leven lang leren. Deelnemende organisaties zijn: ROC Friese Poort, Nova College, Graafschap College, ROC Nijmegen, HAN Kenniscentrum Kwaliteit van leven, ECBO en Vilans.

Wilt u meer weten of meedenken over dit onderzoek ‘Zorg voor de Toekomst’? Neem dan contact op met Karel Kans, projectleider en onderzoeker bij ECBO.

Meer informatie? Neem contact op met:

KarlijnSenior adviseur kennispleinen
Karlijn
Kwint
Senior adviseur kennispleinen k.kwint@vilans.nl 06 15 55 15 78
Profiel
Persvragen? Neem contact op met afdeling communicatie via 06 460 433 51 of pers@vilans.nl