Cognitieve Adaptie Training (CAT)
Gepubliceerd op: 21-09-2026
Laatst bijgewerkt op: 21-09-2026
Als cognitieve problemen het dagelijks functioneren in de weg staan, kan een kleine aanpassing een groot verschil maken. Cognitieve Adaptatie Training (CAT) helpt mensen met een ernstige psychische aandoening om dagelijkse activiteiten zelfstandiger uit te voeren. De interventie gebruikt persoonlijke hulpmiddelen en compensatiestrategieën die passen bij de cliënt en zijn leefomgeving.
In het kort
Type interventie
Ondersteunings-, begeleidings- of behandelvorm
Voor wie
Begeleiders, Psychologen, Verpleegkundigen
Cliëntgroep
Ouderen, Volwassenen
Sector
Geestelijke gezondheidszorg
Soort kennis
Onderzoek
Bron
Niveau van erkenning
Sterke aanwijzingen voor effectiviteit
Databank erkende interventies
Ontwikkelaar
Lentis, cluster Langdurige Zorg & Wonen; Rijksuniversiteit Groningen, faculteit Gedrags- en Maatschappijwetenschappen
Met CAT wordt er gewerkt aan het omzeilen van cognitieve problemen. Dit gebeurt door het inzetten van compensatiestrategieën en gepersonaliseerde omgevingshulpmiddelen zoals pictogramoverzichten of planborden. Hierdoor kunnen mensen met EPA hun doelen weer bereiken en zelfstandiger leven. Dit helpt voor het herstel op meerdere levensgebieden.
In Nederland hebben ongeveer 160.000 volwassenen ernstige psychische aandoeningen (EPA), zoals psychotische stoornissen of ontwikkelingsstoornissen. Mensen met EPA hebben vaak last van cognitieve problemen, bijvoorbeeld problemen met uitvoerende functies zoals plannen en organiseren. Hierdoor lukt het iemand bijvoorbeeld niet om zelfstandig te koken, boodschappen te doen of met het openbaar vervoer te reizen.
Een getrainde zorgverlener voert CAT samen met de cliënt uit. Denk hierbij aan een ergotherapeut, verpleegkundige of agogische begeleider. De zorgverlener maakt gebruik van een stappenplan en kijkt naar de persoonlijke doelen en wensen van de cliënt. Ook brengt deze de sterke en zwakke punten in denkvaardigheden (cognitieve vaardigheden) in kaart voor het uitvoeren van dagelijkse taken. Daarmee kan bepaald worden hoeveel structuur iemand nodig heeft. Ten slotte onderzoekt de zorgverlener hoe problemen in denkvaardigheden zich uiten in het gedrag en worden er individuele compensatiestrategieën en hulpmiddelen ingezet.
Voor het afnemen van CAT is het CAT-protocol nodig. Hierin zijn opgenomen:
- het omgevingsinterview;
- de executieve functie screening;
- de executieve functie-observatielijst;
- een gedragsobservatielijst.
In de bijbehorende handleiding staat meer informatie over de stappen en waar bij iedere stap op gelet dient te worden. Wanneer de zorgverlener de onderdelen heeft uitgevoerd, vat deze de doelen, uitkomsten en hulpmiddelen samen in het CAT-plan. De uitvoer van het CAT-plan wordt vervolgens geëvalueerd als onderdeel van de gewone zorg.
Casus Julia
Julia is 43 jaar oud en alleenstaand. Ze heeft een voorgeschiedenis van psychotische episodes. Dankzij medicatie is zij al 5 jaar psychisch stabiel, maar zij ervaart blijvende cognitieve problemen, zoals geheugen-, concentratie- en planningsproblemen. Hierdoor ontvangt zij dagelijks thuiszorg voor medicatie-inname en wekelijkse ambulante begeleiding.
Uitvoering van CAT
Tijdens een CAT-traject werd onderzocht hoe Julia haar dagelijkse activiteiten uitvoert. Haar appartement zag er schoon en geordend uit. Toch bleek dat zij veel huishoudelijke taken niet effectief kon uitvoeren door ontbrekende materialen, beperkte probleemoplossende vaardigheden en gebrek aan structuur. Zo gebruikte zij een kapotte stofzuigerzak, deed zij de was met de hand en sliep zij op de bank vanwege een defect bed.
Inzet van CAT
Met de inzet van CAT kwam naar voren dat Julia extra structuur nodig heeft en een overwegend apathisch gedragstype heeft. Daarom werden praktische hulpmiddelen ingezet, zoals duidelijke stappenplannen, instructiekaarten en een overzichtelijke schoonmaakplanning. Hierdoor leerde zij huishoudelijke taken steeds zelfstandiger uitvoeren.
Daarnaast werd haar kooksituatie verbeterd met een inductiekookplaat en begeleiding van een diëtist. Ook werd gewerkt aan sociale participatie. Julia sloot zich aan bij een zwerfvuilteam en volgde creatieve activiteiten.
Effect
Na 5 maanden waren haar zelfvertrouwen, zelfstandigheid en sociale contacten duidelijk toegenomen. De CAT-methodiek hielp verborgen problemen zichtbaar te maken en stimuleerde haar ontwikkeling en participatie.
Cognitief functioneren is een belangrijke voorspeller van zelfredzaamheid, afhankelijkheid van zorg en kwaliteit van leven. Dit geldt het meest voor de uitvoerende cognitieve functies, zoals het vermogen om te plannen en organiseren, controle over impulsen en kunnen schakelen tussen taken. Door problemen in deze uitvoerende cognitieve functies kunnen mensen minder zelfstandig dagelijkse dingen doen. Daarom is het nodig om in te zetten op het compenseren voor cognitieve problemen.
CAT is een haalbare en effectieve interventie voor het verbeteren van zelfredzaamheid, dagelijks functioneren, en sociaal, beroepsmatig en interpersoonlijk functioneren bij volwassenen met EPA in de langdurige geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Dit heeft Nederlands pilotonderzoek en effectonderzoek laten zien. Een daaropvolgende Nederlandse implementatiestudie gaf aanbevelingen voor de inzet van CAT in de praktijk. Eveneens is hieruit de CAT-monitor ontwikkeld, een instrument dat de implementatie van CAT ondersteunt.