Naar hoofdinhoud Naar footer

In centraal Gelderland: Huisartsen, kleinschalige woonvormen en SO willen uniforme samenwerking

Huisartsen en specialisten ouderengeneeskunde in centraal Gelderland gaan samen met kleinschalige woonvormen onderzoeken hoe zij meer uniforme afspraken kunnen maken over de samenwerking. Dit werd in november besproken tijdens een bijeenkomst in Arnhem, waar de drie partijen met ondersteuning vanuit het programma medisch-generalistische zorg (MGZ) van Vilans bijeen waren.

Het initiatief voor de bijeenkomst was afkomstig van de regionale huisartsencoöperatie Onze Huisartsen. Hierbij zijn zo’n 200 huisartsen uit centraal Gelderland aangesloten, een regio met ongeveer 430.000 inwoners. Ook deze regio ziet net als elders het aantal kleinschalige woonvormen (KWV) toenemen. ‘Deze woonvormen worden vaak opgezet zonder overleg vooraf met huisartsen over de vraag of zij hier de zorg kunnen leveren’, vertelt Raymond Wetzels, medisch directeur van Onze Huisartsen. ‘Huisartsen bellen ons hier dan over. Met het oog op de zorgzwaarte en vereiste expertise vragen zij zich af: moeten en kunnen wij dit wel doen? Anderzijds voelen zij ook een morele plicht, bijvoorbeeld omdat een ingeschreven patiënt gaat wonen in een KWV.’

Leidraad LHV 

Volgens de leidraad van de Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) is de zorg die in de KWV geboden moet worden vergelijkbaar met de zorg voor mensen die in een verpleeghuis wonen. Deze zorg valt zodoende niet onder het basisaanbod van huisartsen. ‘En’, zegt Raymond Wetzels, ‘als we vaker zorg gaan leveren in de KWV, komt het basisaanbod van huisartsen juist onder druk te staan. Zelf hebben we een aantal jaren geleden al randvoorwaarden opgesteld voor het leveren van zorg in de KVW. Dan gaat het onder andere om de betrokkenheid van een specialist ouderengeneeskunde, afspraken met de apotheek en beschikbaarheid van gegevens. Ook moet sprake zijn van een contract met onze spoedpost. Maar feit is, dat we ons niet kunnen blijven committeren aan steeds zwaardere zorg.’

Bij een aantal vraagstukken lijkt het logischer als de specialist ouderengeneeskunde de regiebehandelaar zou zijn. In de praktijk blijkt dit niet zo eenvoudig te organiseren, waardoor de regie toch meestal bij de huisarts blijft.

Regierol

Nettie Lensink kan de zorgen van de huisartsen goed begrijpen. Zij werkt als specialist ouderengeneeskunde voor ParaGo, een behandel- en expertisecentrum voor ouderen met complexe gezondheidsproblemen. In die functie komt zij ook in meerdere, deels particuliere KWV. Daarnaast werkt ze een dag in de week als kaderarts bij Onze Huisartsen. ‘Ik ondersteun huisartsen onder andere met scholing en informatie. Dus de vragen van huisartsen bereiken mij ook. Bij bewoners van KWV is vaak sprake van een zorgzwaarte die een bepaalde expertise vereist. Het is logisch dat huisartsen bedenkingen hebben en zich afvragen of zij dit moeten doen. Bij een aantal vraagstukken lijkt het logischer als de specialist ouderengeneeskunde de regiebehandelaar zou zijn. In de praktijk blijkt dit niet zo eenvoudig te organiseren, waardoor de regie toch meestal bij de huisarts blijft.’

In de KWV is er veel aandacht voor welzijn. Dat is uiteraard erg belangrijk, maar je moet beseffen dat bij dementie ook medische problemen kunnen spelen. Het gaat om kwetsbare mensen; je moet goede afspraken maken over wat je in deze levensfase nog wel en niet doet.

Ondersteuning

Verder zit er volgens Nettie ‘onvoldoende lijn’ in de inzet van specialisten ouderengeneeskunde in de regio. Soms hebben organisaties een eigen medische dienst, anderen werken samen met behandeldiensten van Novicare of Parago en weer anderen huren zelf een ZZP’er in. ‘Wat wij verder zien, is dat er in de KWV veel aandacht is voor welzijn. Dat is uiteraard erg belangrijk, maar je moet beseffen dat bij dementie ook medische problemen kunnen spelen. Het gaat om kwetsbare mensen; je moet goede afspraken maken over wat je in deze levensfase nog wel en niet doet. 

We zien ook wisselende kennis en ervaring van het personeel en onvoldoende kennis van de Wet zorg en dwang bij KWV en huisartsen.’ Raymond Wetzels vult aan: ‘Toen we van het programma MGZ hoorden, leek het ons een goed idee om ondersteuning te vragen in hoe we in deze regio de bestaande samenwerking kunnen uniformeren.’ Die rol neemt het programma graag op zich, zegt Karin Smit, strategisch adviseur van Vilans. ‘Deze problematiek en knelpunten zien we in het hele land. De groep die in KWV woont, wordt steeds groter. Maar de vraag is hoe de afstemming tussen huisarts, SO en verpleegkundig specialist goed geregeld kan worden.’

Perspectief KWV 

Ter voorbereiding op de bijeenkomst in november, bracht Esther van Dooren, adviseur van het ondersteuningsteam MGZ, onder andere in kaart hoe 25 KWV in centraal Gelderland tegen de situatie aankijken. Zij geven aan dat huisartsen soms terughoudend zijn om de benodigde zorg te verlenen. Dit heeft invloed op de beschikbaarheid van zorg voor nieuwe patiënten en kan leiden tot vertragingen in de zorgverlening. Op het wensenlijstje van de KWV staat een eenduidig systeem voor het uitwisselen van gegevens, het verbeteren van de toegankelijkheid van de spoedzorg en een betere beschikbaarheid van specialisten ouderengeneeskunde. Ook de KWV hebben behoefte aan uniforme (samenwerkings)afspraken. 

Vervolg

Tijdens de bijeenkomst op 13 november, die in een zeer constructieve sfeer verliep, werden dan ook concrete vervolgafspraken gemaakt. Zo gaan de MGZ-adviseurs op basis van de opbrengsten van de bijeenkomst een plan van aanpak opstellen, waarin de perspectieven van de drie partijen worden samengebracht en stappen richting een uniforme samenwerking gezet worden. Dit doen ze samen met, een nog aan te stellen, regionale projectleider. De projectgroep wordt gevormd door een vertegenwoordiging van huisartsen, SO en KWV, die zich al meteen tijdens de bijeenkomst beschikbaar stelden. Verderop in de tijd volgt een nieuwe bijeenkomst.

Aanmelden MGZ-programma

Loop je ook tegen deze vraagstukken aan en wil je hierover met een adviseur in gesprek? Lees meer op de programmapagina van MGZ.

Door: Karin Burhenne 

Deel deze pagina via: