Naar hoofdinhoud

Inzetten van zorgrobots wordt steeds realistischer

Bij het startsein voor het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO) vorige maand, schreef VWS-minister Conny Helder aan de Tweede Kamer dat beeldbellen en robots de norm worden in de ouderenzorg van de toekomst. Dat is nodig om de zorg minder duur en minder arbeidsintensief te maken. Maar is het realistisch?

Hoogleraar David Abbink van de TU Delft zegt in een artikel van de NOS dat het idee dat robots een snelle oplossing kunnen zijn voor de personeelstekorten wordt overschat. Toch gaat het sneller dan je denkt, reageert onderzoeker Henk Herman Nap van kennisorganisatie Vilans. ‘Het is zeker een uitdaging maar onder druk van de grote uitdagingen in de zorg gaat het steeds sneller. Om te voorkomen dat mensen buiten de zorg vallen moet het roer om en zal er meer op afstand en via digitale kanalen gewerkt moeten worden. Voor de omslag trekt het kabinet 770 miljoen euro uit.’

Leren uit de praktijk

Volgens Nap worden in de huidige praktijk al met verschillende systemen getest. ‘Bijvoorbeeld in het  GUARDIAN-project. Daarin ontwikkelen we een sociale robot die mantelzorgers ontlast door interactie met thuiswonende ouderen. Het driejarige project begon in februari 2020 en is een samenwerking tussen Vilans en nationale en internationale partners. Zorggroep Noordwest-Veluwe (ZNWV) begint nu de bèta-testen hiermee. De zorgrobot dient als metgezel en communiceert met gebruikers in het comfort van hun eigen huis. Het herinnert ze eraan om te eten, te drinken of medicijnen in te nemen en helpt bij het bieden van dagelijkse structuur.’ 

Voorbeelden zorgtechnologie

Voor concrete voorbeelden van zorgtechnologie en wat de kosten en baten zijn van deze technologieën, verwijst Nap naar de Kennisbank Digitale Zorg. ‘Door de Kennisbank Digitale Zorg kunnen organisaties profiteren van elkaars ervaringen. Zo kan de ene zorgaanbieder bijvoorbeeld gebruik maken van de pilotopzet van een andere organisatie. Door het delen van ervaringen kunnen we bovendien komen tot eenheid in methodiek, taal en onderzoek. Dit maakt het mogelijk om kleine onderzoeken van verschillende organisaties te stapelen en stevigere conclusies te trekken over de meerwaarde van zorgtechnologie.’