Naar hoofdinhoud Naar footer

Regionale veranderkracht leidt tot nieuwe oplossingen voor ouderenzorg

Als je nieuwe dingen wilt ontdekken, moet je geen oude paden bewandelen. Dat was de gedachtegang van bestuurders en managers van 17 VVT-organisaties in West-Brabant. Zij gaven behandelaren carte blanche bij het bedenken van oplossingen voor de schaarse behandelcapaciteit voor ouderen in de regio. Lianne Stolwerk, manager behandeling en advies bij Avoord, en Ron Axt, voorzitter Raad van Bestuur bij Groenhuysen, vertellen.

Save the date: Landelijke Netwerkdag MGZ

Zet het vast in je agenda: op 22 november is de Landelijke Netwerkdag MGZ in Midden-Nederland (locatie volgt). 

Meer cliënten, zwaardere zorgvraag, meer thuis en minder professionals – aan de Transitietafel VVT West-Brabant met 17 aangesloten ouderenorganisaties was duidelijk dat er iets moest gebeuren in de regio. ‘We wilden daarbij intensiever samenwerken en hebben een aantal actielijnen daarvoor uitgezet’, vertelt Axt. ‘Binnen de lijn ‘Goed werkgeverschap’ focussen we op de medische behandelcapaciteit. We kijken naar wat we kunnen doen in het gezamenlijk opleiden van behandelaren, hoe we stages beter kunnen organiseren over de organisaties heen en hoe we het vak aantrekkelijker kunnen maken. We bedachten ook: willen we medische behandeling toegankelijk houden voor iedereen, dan moeten we iets heel nieuws neerzetten. Vijf VVT-organisaties in West-Brabant hebben hierin het voortouw genomen: Avoord, St. Elisabeth, Groenhuysen, Surplus en tanteLouise.’ 

Willen we medische behandeling toegankelijk houden voor iedereen, dan moeten we iets heel nieuws neerzetten.

Denk buiten de kaders 

Na een bijeenkomst waarbij Vilans als sparringpartner werd uitgenodigd, besloten de bestuurders dat ze deze vraag zouden neerleggen bij behandelaren. ‘Vanuit hun professie hebben zij het beste zicht op de medische zorg’, aldus Axt ‘Want met alle respect voor ons als bestuurders, wij kijken altijd naar het integrale concept van strategie, zorginhoud, financiën, wet- en regelgeving en draagvlak. Dat kan in de weg zitten, als je vrij wilt denken. Daarom vroegen we de behandelaren: denk buiten de kaders, geef aan wat jouw wensen en dromen zijn hoe jij medische zorg in de regio zou willen organiseren.’  

Voor deze uitdaging werd Pim Valentijn gevraagd het proces te begeleiden. ‘Het is best lastig om vanuit de professie waarin je opgeleid bent en de dagelijkse praktijk de opdracht te krijgen: denk lekker vrijuit’, aldus Axt. ‘Alsof je aan een jurist vraagt: geef eens advies over iets en denk vooral niet aan wet- en regelgeving. Daarin moet je mensen helpen, ze even uit de dagelijkse praktijk halen zodat ze creatief kunnen denken.’ 

Oplossingen op vier niveaus  

Vijf organisaties konden mensen vrijmaken voor drie sessies. ‘In totaal gingen tien behandelaren met elkaar aan de slag’, vertelt Axt. ‘Dit hebben we betaald vanuit de subsidie die de transitietafel krijgt voor de invulling van de doelen van het Integraal Zorgakkoord. Iedere organisatie ontvangt daarbij een x bedrag. We hebben dat in één pot gestopt en daarmee samen een programma opgezet. We willen allemaal over grenzen heen stappen en investeren in duurzame oplossingen.’

We willen allemaal over grenzen heen stappen en investeren in duurzame oplossingen.

 Na drie sessies gaven de behandelaren een presentatie aan de bestuurders met oplossingen op vier niveaus: patiënt, professional, organisatie en systeem. Op de eerste twee niveaus stelden de behandelaren voor gezamenlijk triagepunten in te richten en om te gaan werken met mobiele geriatrische teams. ‘Ze vertelden ook dat het van belang was om meer inzicht te hebben in wachtlijsten en plekken en wilden daarover in gesprek met het zorgkantoor’, zegt Stolwerk. ‘Al met al ging het om een heel nieuwe manier van werken, die meer op de doelgroep gericht is. We waren onder de indruk van hun voorstellen.’ 

Opdrachten aan bestuurders 

Op het niveau van organisatie en systeem liggen er nu opdrachten aan de bestuurders en managers. ‘We moeten zorgen dat de informatiesystemen op elkaar aansluiten’, aldus Axt. ‘Dat betekent voor ons: de goeie vragen stellen aan mensen die met de systemen werken en dan op grond van die behoeften met managers Informatisering & Automatisering in gesprek. Gaan we naar een koppeling van systemen of naar een gemeenschappelijk systeem. Dat is de vraag.’ 

Verder is goede financiering een randvoorwaarde. Ook dat vraagstuk pakken de bestuurders op. ‘We moeten meer regionaal kijken naar de financieringsopgave’, vindt Axt. ‘Dat is juridisch best ingewikkeld. Wanneer we samenwerken met huisartsen in een triagepunt, betekent dat de grens tussen huisartszorg en onze zorg diffuser wordt. Toch lijkt dit ons de beste optie voor de toegankelijkheid en financierbaarheid van de zorg. Dus moeten we de financier in onze ideeën meenemen. We zijn al met het zorgkantoor in gesprek en dat gaan we ook doen met zorgverzekeraars.’  

We moeten meer regionaal kijken naar de financieringsopgave.

Het vraagstuk van de financiering vergt tijd en aandacht. ‘Daarom willen we dat niet vermengen met uitwerking van de inhoudelijke voorstellen, zoals het triagepunt en het mobiel geriatrisch team. We willen voorkomen dat we met het ene thema niet verder komen, omdat een ander punt op zich laat wachten. Willen we de creativiteit en energie vasthouden in dit traject, dan moeten we op een goede manier onze aandacht richten.’  

Naar het totaalplaatje 

‘Als we naar gezamenlijke triagepunten gaan om zorg te leveren naar alle kanten, dan zie je daar ruimte om uit je eigen vakgebied te treden’, zegt Stolwerk. ‘Dat is misschien nu nog ingewikkeld qua financiering, maar het is wel waar we heen willen, met name op het gebied van vroegsignalering bij kwetsbare ouderen. Daarom moeten we ook capaciteit van huisartsen bekijken en meenemen in dit verhaal. We hebben al veel verbinding met huisartsen, we zitten samen met hen en wijkverpleegkundigen in multidisciplinair overleggen. Op die manier werken we toe naar het totaalplaatje.’ 

Dit is waar we heen willen, met name op het gebied van vroegsignalering bij kwetsbare ouderen.

Stolwerk wil daarbij ook graag in gesprek gaan met de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. ‘Wanneer we gaan werken met digitale loketten, kunnen we zorg voor een deel op afstand regelen. Het IGJ is daarin meedenkend op inhoud, zij zijn betrokken als gesprekpartner. Dan is de cirkel helemaal rond: we denken iets uit, we weten hoe het financieren en hoe we aan de kwaliteitscriteria voldoen.’  

Klein beginnen 

Nu is het vooral zaak om ervaring op te doen met de ideeën die er liggen. Stolwerk: ‘Belangrijk is om het toe te passen op een paar plekken in de regio, met één of twee huisartsenkoepels die het voortouw willen nemen. Het enthousiasme is er in ieder geval.’ Ook Axt gelooft erin: ‘Ik geloof in de veranderkracht op lokaal en regionaal niveau. De beweging moet klein beginnen en dan gaat landelijk wel mee.’ 

Medisch generalistische zorg in de regio 

De beperkte beschikbaarheid van artsen en andere behandelaren is in toenemende mate ongelijk verdeeld binnen en tussen de regio’s. Daardoor heeft een groeiende groep kwetsbare oudere en gehandicapte cliënten nauwelijks toegang tot medisch generalistische zorg. Op verzoek van het ministerie VWS ondersteunen Vilans en Erasmus Universiteit regio’s bij het ontwikkelen van nieuwe wegen voor de medisch generalistische zorg met het programma 'MGZ in de regio'.


Lees het verhaal 'Gezamenlijk triagepunt als begin van radicale verandering in West-Brabant' over de voorstellen die de medische behandelaren deden voor toegankelijke medisch generalistische zorg in de regio en het proces dat eraan voorafging. 

Deel deze pagina via: