Wie neemt de verantwoordelijkheid voor goede ziekenhuiszorg?
Gepubliceerd op:
Goede ziekenhuiszorg voor mensen met een verstandelijke beperking vraagt om duidelijke communicatie, een goede overdracht en heldere afspraken. Maar wie is waarvoor verantwoordelijk voor, tijdens en na een ziekenhuisbezoek?
In 2024 onderzocht Vilans wat nodig is voor passende zorg en communicatie in het ziekenhuis. Uit 12 interviews bleek dat professionals gemotiveerd zijn, maar dat kennis, structuur en duidelijke afspraken nog niet overal aanwezig zijn. Tamara Streng van Vilans en Anne Karelse, begeleider en ambassadeur gehandicaptenzorg, vertellen in dit artikel wat goede ziekenhuiszorg vraagt van alle betrokkenen.
Eerst overleggen, dan onderzoeken
Erna Vinkers, senior begeleider en verpleegkundige deelt een voorbeeld uit de praktijk, waarbij goed overleg tussen een begeleider en een arts leidde tot een betere situatie voor de cliënt. 'Deze bewoner was al eerder behandeld voor een afsluiting van de darm en vindt ziekenhuisbezoeken altijd erg spannend. Nu stond er een gastroscopie gepland. Het was niet meteen duidelijk waarom het nieuwe onderzoek nodig was. Daarom nam de begeleider contact op met de arts.’
Erna Vinkers vertelt verder: 'Door de spanning bij de cliënt en doordat niet alle medewerkers evenveel medische ervaring hebben, wordt de cliënt soms snel naar het ziekenhuis gestuurd. Op een recente CT-scan waren geen afwijkingen te zien. Volgens de arts was verder onderzoek daarom op dat moment niet nodig.’
Erna en de MDL-arts spreken af om de gastroscopie voorlopig niet te doen. In plaats daarvan leggen zij vast waarop de begeleiders moeten letten, zoals de ontlasting en het eetpatroon van de bewoner. Door samen te overleggen en goed te kijken naar wat de bewoner nodig heeft, kon een belastend onderzoek worden voorkomen. Dat is passende en menswaardige zorg.
‘Door de spanning bij de cliënt en doordat niet alle medewerkers evenveel medische ervaring hebben, wordt de cliënt soms snel naar het ziekenhuis gestuurd. Op een recente CT-scan waren geen afwijkingen te zien. Volgens de arts was verder onderzoek daarom op dat moment niet nodig.’
Erna Vinkers, senior begeleider en verpleegkundige
Twee werelden die elkaar nodig hebben
Als iemand met een verstandelijke beperking naar het ziekenhuis gaat, komen 2 zorgwerelden samen. Begeleiders en naasten kennen de persoon vaak goed. Zij weten hoe iemand communiceert, waaraan zij pijn of spanning herkennen en wat helpt om rust te creëren. Zorgprofessionals in het ziekenhuis hebben de medische kennis die nodig is voor onderzoek en behandeling.
Beide kanten zijn deskundig, maar spreken niet altijd dezelfde taal. Ook is het niet vanzelfsprekend duidelijk wat zij van elkaar kunnen verwachten. Daardoor kan belangrijke informatie ontbreken en kunnen misverstanden ontstaan. Dit kan leiden tot spanning, frustratie en soms tot onderzoeken of ziekenhuisbezoeken die mogelijk niet nodig waren.
Wie is waarvoor verantwoordelijk?
Goede ziekenhuiszorg vraagt om duidelijke afspraken voor, tijdens en na het ziekenhuisbezoek. Bij elke fase moet helder zijn wie welke verantwoordelijkheid heeft. Wie geeft vooraf informatie over de cliënt aan het ziekenhuis? Wat heeft iemand nodig om een onderzoek of behandeling goed te doorlopen? Wanneer is het belangrijk om een arts voor verstandelijk gehandicapten (VG) te betrekken? Is ondersteunende communicatie nodig? Kan een begeleider of naaste bij de behandeling aanwezig zijn? En wie ontvangt na een opname de informatie over het ontslag en de vervolgzorg?
Deze vragen worden nog niet altijd vooraf besproken. Daardoor pakken begeleiders of naasten soms vanzelf taken op, zonder dat hierover duidelijke afspraken zijn gemaakt. Goede zorg ontstaat juist door verwachtingen uit te spreken en verantwoordelijkheden samen te organiseren.
Goede voorbereiding begint vóór het ziekenhuisbezoek
Medewerkers en naasten in de gehandicaptenzorg hebben een belangrijke rol bij de voorbereiding op een ziekenhuisbezoek. Zij kunnen informatie geven over de gezondheid, communicatie, het gedrag en de ondersteuningsbehoefte van de cliënt.
Daarvoor is het belangrijk dat medewerkers veranderingen kunnen herkennen en goed kunnen beschrijven wat zij zien. Ook moeten zij weten welke informatie het ziekenhuis nodig heeft. Begeleiders en naasten vervullen daarmee een belangrijke brugfunctie tussen de persoon met een verstandelijke beperking en het ziekenhuis.
Maar zij kunnen deze verantwoordelijkheid niet alleen dragen. Ook ziekenhuizen hebben hierin een belangrijke rol.
Wat kunnen ziekenhuizen doen?
Uit de verkenning van Vilans kwamen 5 belangrijke inzichten naar voren. Zo verschillen kennis en vaardigheden tussen medewerkers, ontbreekt soms een gedeelde visie en hebben gemotiveerde professionals steun nodig van het management. Ook is er behoefte aan meer structuur en goede praktijkvoorbeelden. Op basis van deze inzichten kunnen ziekenhuizen 3 concrete stappen zetten:
1. Investeer in kennis en vaardigheden
Medewerkers moeten een verstandelijke beperking kunnen herkennen en weten hoe zij hun communicatie en handelen daarop kunnen aanpassen. Dat vraagt aandacht in de hele organisatie: van het eerste contact bij de balie tot het gesprek met een arts of verpleegkundige.
Praktische scholing helpt medewerkers om eenvoudige taal te gebruiken, meer tijd te nemen en signalen van spanning of pijn beter te herkennen. Vilans adviseert ziekenhuizen daarom om te starten met praktische scholing, bijvoorbeeld over het herkennen van een licht verstandelijke beperking.
2. Zorg voor eigenaarschap en een vast aanspreekpunt
Het moet binnen een ziekenhuis duidelijk zijn wie verantwoordelijk is voor het verbeteren van de zorg aan mensen met een verstandelijke beperking. Vilans adviseert ziekenhuizen om eigenaarschap te benoemen en een interne werkgroep op te richten.
Ook ambassadeurs en aandachtsfunctionarissen spelen een belangrijke rol. Zij kunnen collega’s ondersteunen en de verbinding leggen tussen het ziekenhuis, de patiënt, naasten, begeleiders en zorgorganisaties. Máxima MC werkt bijvoorbeeld met 2 aandachtsfunctionarissen voor mensen met een verstandelijke beperking. Zij zijn aanspreekpunt in het ziekenhuis en kunnen betrokken worden bij de voorbereiding op een onderzoek, behandeling of opname. Ook ondersteunen zij tijdens een opname en bij het ontslag.
3. Borg passende zorg in de organisatie
Goede zorg mag niet afhankelijk zijn van alleen betrokken medewerkers. Er is een gezamenlijke visie nodig die terugkomt in beleid en dagelijkse werkwijzen. Ook moeten medewerkers tijd, middelen en steun krijgen om de zorg daadwerkelijk aan te passen.
Denk aan meer voorbereidingstijd, een rustige omgeving en hulpmiddelen zoals pictogrammen, tilliften en geschikte weegsystemen. Door zulke voorzieningen goed te organiseren, wordt passende zorg onderdeel van de normale werkwijze van het ziekenhuis.
Samen verantwoordelijk, van deur tot deur
Goede ziekenhuiszorg voor mensen met een verstandelijke beperking vraagt om samenwerking. Zorgorganisaties, ziekenhuizen, begeleiders, naasten en andere betrokkenen moeten weten wat zij van elkaar kunnen verwachten.
Die samenwerking is nodig tijdens de hele patiëntreis: van de voorbereiding op een bezoek tot een veilige terugkeer naar huis. Niet incidenteel of afhankelijk van 1 betrokken medewerker, maar structureel en goed georganiseerd.
Praat mee tijdens de netwerkbijeenkomst
Op vrijdag 9 oktober 2026 organiseert Vilans in het Jeroen Bosch Ziekenhuis de gratis netwerkbijeenkomst ‘Hoe toegankelijk is jouw ziekenhuis?’. Centraal staat de hele patiëntreis: van een goede voorbereiding en passend verblijf tot een veilige overdracht naar huis. Aan de hand van praktijkvoorbeelden en interactieve sessies wisselen professionals uit verschillende zorgwerelden kennis en ervaringen uit.
De bijeenkomst is bedoeld voor professionals uit de ziekenhuiszorg, gehandicaptenzorg en het sociaal domein, belangenorganisaties en andere betrokkenen in de zorgketen. Meld je aan.