Opkomst commerciële zorgaanbieders: wat betekent dat?
Gepubliceerd op: 09-06-2026
Onlangs voerde de Erasmus University Rotterdam (EUR) een onderzoek uit naar de opkomst van private for-profit zorgaanbieders in de ouderenzorg. Zij vergeleken Nederland daarin met andere landen. Wat betekent de opkomst van dit soort zorgaanbieders voor het samenwerken in de regio? Jitse Schuurmans, onderzoeker EUR, en Esther van Dooren, adviseur bij Vilans, geven duiding aan deze ontwikkeling.
Het onderzoek van EUR werd uitgevoerd voor het programma Medisch generalistische zorg (MGZ) in de regio. In dit programma, waarin zowel Vilans als EUR betrokken zijn, is er aandacht voor regionale samenwerking. Dit om de toegang tot medische zorg voor kwetsbare mensen in de samenleving te verbeteren. Daarvoor is ook samenwerking nodig met kleinschalige woonvoorzieningen, vaak private organisaties met een winstoogmerk.
Over het onderzoek van de EUR
Welk beleid heeft ervoor gezorgd dat er private investeringen in de ouderenzorg zijn gekomen? Welke dilemma’s zijn hierdoor ontstaan en hoe wordt daar weer op gereageerd vanuit beleid en toezicht? Met deze onderzoeksvragen heeft het EUR Nederland, Engeland, Italië en Canada met elkaar vergeleken. Meer weten?
Bekijk het onderzoek naar private investeringen, controverses en beleidsreacties in de langdurige zorg (in het Engels).
Opkomst commerciële zorgaanbieders
De opkomst van private for-profit zorgaanbieders in de ouderenzorg is een ontwikkeling die niet alleen in Nederland plaatsvindt, maar ook in andere landen.
Schuurmans: 'Wat we in andere landen zien is dat deze ontwikkeling ten koste gaat van kwaliteit van zorg. Dat komt omdat de marges op de patiëntenzorg in deze landen flinterdun zijn. Vanuit nationaal beleid en toezicht wordt er in deze landen dan ook op de groei aan private investeringen in de ouderenzorg gereageerd. De focus ligt dan op het verbeteren van de kwaliteit van zorg in dergelijke organisaties.'
Kwaliteit zorg staat in Nederland niet onder druk
In Nederland is de opkomst van commerciële ouderenzorgaanbieders vooral ontstaan door de scheiding van wonen en zorg. Schuurmans: 'Dit zorgde ervoor dat aanbieders huurkosten in rekening kunnen brengen bij bewoners. Dat maakt dit soort zorg een interessant commercieel product. Hier en daar zijn er wel incidenten bij commerciële zorgaanbieders, maar de kwaliteit van zorg is geen structureel probleem zoals we in het buitenland zien. Dat komt omdat de budgetten voor bijvoorbeeld volledig pakket thuis (VPT) en modulair pakket thuis (MPT) momenteel ruim genoeg zijn.'
De opkomst van private for-profit aanbieders in de ouderenzorg leidt tot toegankelijkheidsvraagstukken. Bijvoorbeeld het vraagstuk wie de basis medische zorg in deze organisaties gaat leveren.
Jitse Schuurmans, Onderzoeker bij EUR
Toegankelijkheid zorg
Schuurmans: 'Daarnaast zit de complexe langdurige zorg vooral bij de traditionele not-for-profit verpleeghuizen. Deze complexe zorg is relatief duur. Dit maakt dat de commerciële kleinschalige woonvoorzieningen geen superingewikkelde zorg hoeven te leveren, en hun product redelijk goed kunnen standaardiseren. In Nederland zien we echter wel een ander soort uitdaging. De opkomst van private for-profit aanbieders in de ouderenzorg leidt tot toegankelijkheidsvraagstukken. Bijvoorbeeld het vraagstuk wie de basis medische zorg in deze organisaties gaat leveren.'
Toegang tot medische zorg
Vilans-adviseur Esther van Dooren: 'We zien in de praktijk dat verschillende ontwikkelingen de druk op de toch al schaars beschikbare medische zorg aan ouderen vergroten. Kleinschalige woonvoorzieningen hebben basisgeneeskundige zorg nodig voor hun bewoners terwijl de capaciteit van huisartsen onder druk staat. Daarnaast vraagt deze doelgroep om specifieke expertise. Maar specialisten ouderengeneeskunde (SO's) zijn eveneens schaars beschikbaar. Tot slot speelt het verantwoordelijkheidsvraagstuk een belangrijke rol: wie is aanspreekbaar als er iets misgaat? Deze onduidelijkheid maakt dat huisartsen soms terughoudend zijn om zorg te leveren aan de bewoners van deze kleinschalige woonvoorzieningen.'
Samenwerking nog ingewikkeld
Het is dan ook belangrijk dat er regionaal wordt samengewerkt om de medische zorg goed te organiseren. Dit verlicht namelijk de druk op huisartsen. Van Dooren: 'We merken in de praktijk dat de samenwerking tussen traditionele VVT-organisaties en kleinschalige woonvoorzieningen nog ingewikkeld is. Verschillen in organisatie van zorg en verantwoordelijkheden maken dat betrokkenen soms terughoudend zijn. Daarom kijken we vanuit MGZ in de regio hoe we toch een extra impuls aan die samenwerking kunnen geven. Dit zodat mensen in kleinschalige woonvoorzieningen toegang hebben tot basisgeneeskundige zorg en specialistische zorg wanneer dit nodig is.'
Proces vraagt meer dan samenwerkingsafspraken alleen
Van Dooren: 'We hebben hulpmiddelen beschikbaar om de samenwerking vorm te geven. Zoals de toolbox "Kleinschalige woonvoorzieningen". Daarin vinden organisaties onder andere met welke partijen in de regio zij in gesprek kunnen gaan en hoe zij tot samenwerkingsafspraken kunnen komen. Toch is het maken van samenwerkingsafspraken alleen niet voldoende. Het vraagt een zorgvuldig proces om tot gedragen afspraken te komen.'
Toolbox Kleinschalige woonvoorzieningen
Werken aan draagvlak en vertrouwen
Schuurmans herkent dit: 'Er bestaan soms vooroordelen over en weer. En er spelen soms concurrentievraagstukken als het gaat om het aantrekken van zorgpersoneel. Wat goed werkt is om dit soort vooroordelen en aannames goed te onderzoeken door met een open vizier met elkaar in gesprek te gaan.'
Van Dooren: 'Het helpt als je daarbij de focus legt op: wat willen we met elkaar bereiken en hoe gaan we dat organiseren? Als je gebruik maakt van hulpmiddelen in de toolbox, is het vooral belangrijk om dit samen te doen en te werken aan een gedeelde uitwerking van de afspraken. Gezamenlijk zo’n proces aangaan helpt voor draagvlak en vertrouwen.'
Stapsgewijs verbreden
Van Dooren: 'Een andere tip is om niet te groot te beginnen. Sommige kleinschalige woonvoorzieningen willen gelijk samenwerken met de VVT-organisaties en de huisartsen. Dat is vaak nog een brug te ver. Waar ik het zie lukken is als verbreding in samenwerking stapsgewijs gebeurt. Een goed voorbeeld is Rivierenland. Daar ligt inmiddels een conceptaddendum op het "Convenant medisch generalistische zorg" klaar om getekend te worden. Daar zijn de SO's in de eerstelijn eerst als regionaal behandelteam gaan werken. Van daaruit kijken ze samen hoe ze de samenwerkingsafspraken uit het addendum kunnen oppakken en hoe de ANW-uren (avonden, nachten en weekenden) georganiseerd kunnen worden. Het is mooi om te zien hoe daar al aan de weg getimmerd wordt. Dit soort samenwerkingen zijn niet altijd eenvoudig, maar onmogelijk is het zeker niet!'
Zo helpt MGZ in de regio
MGZ in de regio maakt versnelling van vernieuwing mogelijk door regionale projecten ondersteuning te bieden op vraagstukken in strategie en implementatie. Ook delen we kennis, om andere regio’s te inspireren en handvatten te bieden om zelf aan de slag te gaan. We organiseren fysieke en online bijeenkomsten, zoals leerkringen en netwerkbijeenkomsten.
Lees meer
- Bekijk de pagina over het programma MGZ in de regio
- Lees meer over het Convenant medisch generalistische zorg