Naar hoofdinhoud Naar footer

Een praktische handreiking in de (continue) zoektocht naar een passende schaal voor jouw vraagstuk in ondersteuning en zorg​

Toolbox - Schaal van netwerken

Laatst bijgewerkt op: 19-12-2024

Als je gaat samenwerken met organisaties om zorg en ondersteuning integraal te organiseren ontstaan er veel vragen over hoe je dit het beste aanpakt en bestuurt. Hoe ga je samenwerken? Wie heeft welke rol? Hoe loopt de besluitvorming? En hoe ga je gezamenlijk financieren? Maar de belangrijkste vragen zijn eigenlijk: voor wie ga je samenwerken? Voor wie ga je samen zorg leveren? En welke maatschappelijke opgave ga je samen oplossen?​

Twee belangrijke vragen staan aan het begin daarvan: met wie ga je samenwerken? En wat is een passende schaalgrootte en -niveau om op te gaan samenwerken?​

Meer samenwerking en samenhang is een goed streven, maar in de praktijk ontstaat ‘schaalverwarring’: wat doen we lokaal? Wat doen we regionaal? En wat kan beter nationaal? Is het verzorgingsgebied van een ziekenhuis leidend of de zorgkantoorregio?

Doel van de toolbox

Handvatten bieden bij het bewust nadenken over een bepaalde schaalgrootte en -niveau van het netwerk. ​

Voor wie

Bestuurders, netwerkcoördinatoren, beleidsmedewerkers en professionals die deelnemen aan netwerken of initiatiefnemer zijn van een netwerk.​

Hoe te gebruiken

Je kan deze tool gebruiken als inspiratie voor initiatiefnemers van opstartende netwerken of bij het evalueren van een netwerk. Of gebruik (onderdelen van) deze tool binnen het netwerk om in gesprek te gaan over de verschillende schaalvensters.

We benadrukken dat dit gesprek niet het eenvoudig afwerken van een stappenplan is. Het is een taai en tijdrovend proces om goed na te denken over alle factoren die van invloed zijn op schaalgrootte en -niveau en daar ook nog invloed op uit te oefenen.

Regionale samenwerking nationale beleidskeuze

Het thema is nog actueler nu regionale samenwerking vanuit nationale beleidskeuzes wordt gestimuleerd. Dit zie je onder andere terug in het Integraal Zorg Akkoord (IZA). Bij de planvorming binnen het IZA en de uitvoering daarvan moet je voortdurend schaalkeuzes maken, zowel voor de netwerksamenwerking als voor de thema’s binnen die samenwerking.

Probleemstelling: schaalverwarring

Er zijn ontelbare regio-indelingen voor ondersteuning en zorg: bijvoorbeeld GGD-regio’s, zorgkantoorregio’s, huisartsenregio’s en sinds enige tijd ook IZA-regio’s. Dat zorgt voor schaalverwarring en mogelijk het verlangen naar één overzichtelijke regio-indeling waar zorgnetwerken zich aan verbinden. Maar er bestaat niet zoiets als één optimale schaal.

Factoren passende schaalgrootte

De publicatie ‘De schaal van netwerkzorg’ (Minkman, 2020) beschrijft een aantal factoren die een rol spelen bij het nadenken over een passende schaal:​

  • het aantal mensen in een gebied met dezelfde behoeften​;
  • de behoefte aan gespecialiseerde kennis​;
  • maximale maat waarop het aanbod overzichtelijk georganiseerd/gecontroleerd kan worden;
  • de historisch ontwikkelde grenzen​;
  • de invloed van waarden van betrokkenen​.

De publicatie vraagt je om bewuster na te denken over schaalvraagstukken.

Organisatieperspectief en regioperspectief

Wat er in de regio gebeurt, heeft invloed op organisaties. En andersom ook: keuzes van organisaties hebben invloed op de regio. We zien dat bestuurders soms vooral kijken naar hun eigen organisatie. En soms juist naar wat er in de regio nodig is. Die twee manieren van kijken lopen door elkaar en beïnvloeden elkaar.

Bijvoorbeeld: als een regionaal netwerk samen een ICT-systeem ontwikkelt en veel organisaties datzelfde systeem gaan gebruiken, is het onhandig als je als organisatie in die regio een ander systeem kiest. Aan de andere kant, als meerdere grote organisaties zelfstandig een bepaald ICT-systeem gebruiken is dat voor anderen in de regio een aanmoediging om dat systeem ook te gebruiken, zodat de samenwerking soepel verloopt.

Overwegingen bij het bepalen van de schaalgrootte

Aanleidingen voor bestuurders om na te denken over de passende schaalgrootte, waarvan sommige voorbeelden zijn van ‘schaaldwang’:​

  • Maatschappelijke ontwikkelingen en discussie dwingen tot een bepaalde schaal (bijvoorbeeld arbeidsmarkt, IZA)​.
  • Concreet schaalvoordelen als kans benutten​.
  • Eisen vanuit geldstromen en aanbestedingen door financiers over een benodigde schaal (bijvoorbeeld vanuit Jeugdzorg). 
  • Afstemming en integratie van diensten​.
  • Belangrijke vragen over de toekomst van de organisatie als gevolg van een (te) kleine schaal​.

Vanuit de regionale of maatschappelijke opgave zijn er verschillende overwegingen bij het bepalen van de schaalgrootte van een samenwerking:​

  • Aard van de opgave: om welke schaal vraagt de opgave of de doelgroep? Wat is er nodig om samen de zorg voor hen te verbeteren? Wij beschouwen dit als de belangrijkste vragen om te stellen.​
  • Historische context: ‘hoe we het altijd al gedaan hebben’​.
  • Efficiëntie: kun je het samen efficiënter en effectiever organiseren?​
  • Relaties: zijn persoonlijke relaties versnellers (of vertragers)?​
  • Invloed: (waarop) ben je samen sterker?​
  • Governance: is het samenwerkingsverband (nog) goed bestuurbaar?​

​Vanuit het perspectief van de organisatie spelen de volgende overwegingen een rol bij een passende schaalgrootte voor samenwerkingen:​

  • Kennis: kun je de kwaliteit goed leveren met onze schaal; is er schaarste aan kennis en kwaliteit?
  • Betaalbaarheid: kun je het zelf kostendekkend organiseren?​
  • Aantrekkelijkheid: maakt een bepaalde schaal je een aantrekkelijke werkgever?​
  • Innovatie: lukt het je om zelf te innoveren?​
  • Invloed: heb je genoeg positie tegenover bijvoorbeeld financiers?​
  • ‘Opschalers’ vanuit wet- en regelgeving, zoals domeinoverstijgende betaaltitels.​

Lees meer

Lees meer over schaalgrootte in het kennisproduct Overwegingen en dilemma's over schaal en meerschaligheid.