Henk Nies

Henk Nies

Zwarte Pietendebat over verpleeghuiszorg

In het debat afgelopen week over de verpleeghuiszorg hebben we ons als Vilans terughoudend opgesteld. Niet omdat we er niets van vinden, maar omdat het een ongericht en oncontroleerbaar debat was met een hoog Zwarte Pietengehalte. De Zwarte Piet ging van disfunctionerende instellingen naar slecht opgeleide medewerkers, naar bestuurders die niet willen, naar de staatssecretaris die niet kan, naar de Inspectie die onjuistheden naar buiten brengt naar ‘de politiek’ die maar wat roept en weer terug.

Zwarte Pietendebat over verpleeghuiszorg

Net als in het echte Zwarte Pietendebat in de samenleving is het een sterk polariserend debat waar het grote publiek en de media zich in alle toonaarden mengen. En na afloop alleen maar verliezers, met als grootste verliezers de bewoners in verpleeghuizen die zich ongerust maken en medewerkers die zich gefrustreerd voelen. Dat helpt allemaal niet.

Niet-transparante transparantie

Waar ging het de afgelopen week over? In de eerste plaats over transparantie. Overzichten van de IGZ die daar niet voor bedoeld waren moesten naar buiten. Het ging om rapportages die meer dan 3,5 maand oud waren over organisaties, niet locaties en met een oordeel in de vorm van een cijfer.

Dat is niet-transparante transparantie, informatie waar je als buitenstaander niets aan hebt. Het zou veel nuttiger zijn openbaar te maken welke punten door welke organisatie op een bepaalde locatie aangepakt moeten worden, met informatie van die organisatie zelf: hoe ze het probleem ziet en hoe ze het oppakt. Ik vind het sterk als een organisatie naar buiten toe aangeeft met welke verbeteringen ze bezig is. Een organisatie die alles perfect voor elkaar zegt te hebben of die geen ambitie heeft om te verbeteren, wantrouw ik.

Kwaliteit van personeel

Het ging ook over de kwaliteit van het personeel. Wij als kennisorganisatie, vinden  het enorm belangrijk dat medewerkers over de juiste kennis beschikken en dat ze met die kennis werken. De maandelijks 100.000 bezoekers van ons kennisplein Zorg voor Beter laten zien, dat er ook echt een grote behoefte is aan kennis. We zien evenwel 3 grote problemen. In de eerste plaats dat de kennisontwikkeling in de langdurende zorg aan universiteiten, hogescholen en het middelbaar beroepsonderwijs schril afsteekt tegen die in de curatieve zorg.

Een stevige en structurele impuls voor de langdurige zorg is op zijn plaats. In de tweede plaats moeten medewerkers tijd en mogelijkheden krijgen om te leren, niet alleen via formele scholingstrajecten maar ook in de dagelijkse praktijk. Daarvoor moet je de tijd kunnen nemen, en die tijd is er vaak niet. Ook moet je over de technologie kunnen beschikken om snel die kennis tot je te nemen. Die technologie is er nog maar mondjesmaat. In de derde plaats sluiten initieel en post-initieel onderwijs vaak niet goed genoeg aan op de dagelijkse praktijk in de zorg.

Vernieuwend leren

Er zijn veel plannen via onder meer het Zorgpact en Regionale Investeringsfondsen om daar verandering in aan te brengen. Vanuit Vilans ontwikkelen wij zogeheten kennisbundels als bouwstenen voor goede onderwijsprogramma’s voor het MBO.  We zijn samen met vijf zorgorganisaties en 1 ROC een beweging gestart voor vernieuwend leren. We zoeken daarin ook samenwerking met het HBO-onderwijs.

Maar kennis is niet genoeg. Het gaat ook om houding en gedrag. Wij komen helaas ook situaties tegen waarin gekwalificeerde medewerkers toch handelen op een manier waarmee VARA’s ‘Kanniewaarzijn’ gemakkelijk 10 minuten vult. Persoonsgericht werken vormt de sleutel tot goede zorg en het uitgangspunt dat zorg van betekenis moet zijn voor de cliënt zijn leidend. Het zijn politiek correcte begrippen, maar ze zijn niet makkelijk waar te maken in de huidige context van de zorg.

Bezuinigingen

Het debat ging verder over bezuinigingen als oorzaak van slechte zorg. Het onderwerp staat al 20, 30 jaar op de agenda. Het grootste deel van die periode is er vooral veel geld bij gekomen, absoluut en relatief. En al die tijd waren er discussies over de kwaliteit van de zorg. Er is heel veel verbeterd in al die jaren: privacy, methodisch werken, gebruik van vrijheidsbeperkende maatregelen, dialoog met de cliënt. In dat opzicht heeft geld wel gewerkt.

Niettemin is er een gevoel en zijn er ook feiten dat de inzet van personeel terug loopt als gevolg van recente financiële maatregelen, zeker als je die afzet tegen de toenemende complexiteit van de problemen van de groep verpleeghuisbewoners. Blijkbaar zetten we de middelen niet voldoende in voor datgene wat er voor mensen echt toe doet. Vanuit Vilans doen we via Waardigheid en trots ervaringen op met het vereenvoudigingen en verbeteringen in verantwoording en aansturing van zorgorganisaties. Die wisselen we ook uit tussen organisaties.

Dat vereenvoudigen en verbeteren is ook de doelstelling van KISS, een netwerk van bestuurders in de zorg dat het stelsel tot de essentie probeert terug te brengen tot dat wat voor cliënten belangrijk is. Daarnaast gaat het erom de juiste mix van medewerkers in te zetten: meer is niet altijd beter, zo liet een onderzoek van de Universiteit van Maastricht recent zien. Het gaat om de goede mix van disciplines.

Bestuurders die willen

Een vierde onderwerp ging over bestuurders die niet willen. Ik heb veel met bestuurders in de zorg te maken en degenen die ik ken willen het allemaal goed doen en zetten zich daarvoor intensief in. Er zijn ook bestuurders die best willen verbeteren, maar niet weten hoe dat aan te pakken. Wij organiseren hulp  voor zorgorganisaties om urgente kwaliteitsproblemen in een organisatie aan te pakken met intensieve externe begeleiding.

Voorwaarde is dat de raad van bestuur het probleem moet zien en moet willen aanpakken. Dat besluit heeft inmiddels een 50-tal organisaties genomen. Ongetwijfeld zijn er ook bestuurders, die niet willen. We komen ze echter niet of nauwelijks tegen.

Veiligheid, kwaliteit en welbevinden

Het ging onlangs eigenlijk vooral over veiligheid en vakbekwaamheid op een aantal zorgtechnische processen; althans dat waren de criteria van de IGZ-rapportages die aan de orde kwamen. Een aantal daarvan is erg belangrijk, andere zijn bijzaken. Geneesmiddelen die naar de apotheek terug moeten omdat ze over de datum zijn, in een open doos bewaren vormen naar mijn idee een beperkt risico. Vrijheidsbeperking is een heel ander verhaal.

Maar het debat ging vooral over de kwaliteit van leven van bewoners en zeker niet alleen over hun veiligheid en de kwaliteit van de medewerkers. Geriater en directeur van de Leyden Academy on Vitality and Ageing, Joris Slaets, betreurt het dat veiligheid vaak boven leefplezier staat. En de hoogleraren ouderengeneeskunde Cees Hertogh en Wilco Achterberg gaven in een interview vorig jaar aan dat protocollen in het beleid vaak zwaarder wegen dan wat er werkelijk gebeurt.

Positieve gezondheid

In het debat liepen al deze aspecten van kwaliteit door elkaar. Veiligheidsrisico’s en kwaliteit zoals bewoners en hun familieleden die ervaren hoeven niet samen te vallen. En soms moet je een risico voor lief nemen om kwaliteit van bestaan te ervaren.

We zagen eigenlijk de verschillende perspectieven op wat positieve gezondheid voor mensen betekent zoals Machteld Huber die heeft laten zien: iedereen vindt lichamelijke gezondheid van belang, maar als het om psychosociale aspecten gaat, spiritualiteit of de alledaagse dingen, dan lopen de meningen ver uiteen tussen gewone mensen, mensen die zorg nodig hebben, professionals en beleidmakers.

Veiligheid en zorgtechnische kwaliteit zijn belangrijk. Ze zijn vaak een voorwaarde voor ervaren kwaliteit. Maar ze zijn zeker niet hetzelfde en soms moet je verantwoord een risico nemen, wil het leven de moeite waard zijn.

Goed en slecht samen

Tenslotte was er een punt, hoe het kan dat zorgorganisaties deelnemen aan het programma Waardigheid en trots, Ruimte voor verpleeghuizen, terwijl ze op de lijst van de IGZ staan. Kun je tegelijk bij de ‘goeden’ én de ‘slechten’ horen? Er zijn verschillende werkelijkheden: de werkelijkheid van veiligheid en zorgtechnische kwaliteit, die van beleefde kwaliteit, en die van vernieuwing?

Het kan samengaan: wie koploper is op het ene domein kan achterblijver zijn op het andere. Bovendien gaat het soms om een locatie die binnen een organisatie op kop loopt en een andere locatie die achterblijft. Het borgen van veiligheid en zorgtechnische kwaliteit verdient zonder meer aandacht van het bestuur van een organisatie. Maar innovatie ook!

Waardigheid van het debat

Zoals gezegd, het was een debat met veel verliezers. Er is niet bepaald met ‘Waardigheid en trots’ over de sector gesproken. Veel medewerkers en leidinggevenden voelen zich in hun beroepseer gekrenkt. Heb je een mooi vak, werk je keihard en wordt er zó over je gesproken! Dat helpt niet om nieuwe goed gekwalificeerde medewerkers aan te trekken voor deze sector.

Het is goed om man (m/v) en paard te noemen als het gaat om kwaliteit in de zorg, maar dat moet wel zorgvuldig gebeuren en niet op een manier dat iedereen die in de verpleeghuizen werkt zich aangesproken voelt.

Dat geldt ook voor bewoners en familieleden. Velen ervaren echt goede zorg en maken zich ten onrechte ongerust of er onder het zorggras van hun organisatie toch een addertje zit. Er zijn ook veel organisaties die goede zorg leveren, voor een groep mensen met een ongelofelijke moeilijke zorgvraag. Een vraag die vaak niet op te lossen is, maar waar je wel het beste van kunt maken. Dat gebeurt dan ook.

Gedeelde visie

Gaat het dan nergens mis? Zeker wel. Er zijn zeker instellingen waar het niet goed gaat. Daar is gerichte inzet nodig. Daar zijn allerlei faciliteiten voor ingericht binnen en tussen organisaties onderling. En daarnaast zijn er nog diverse machtsmiddelen. Maar in onze visie zijn het inzicht en de wil om te verbeteren de sleutel voor goede zorg. Dat moet gebeuren in een relatieve veilige omgeving, of je nu wel of niet kwaliteitsproblemen hebt. En dat moet met kennis van zaken.

Je kunt wel aangeven wat niet mag of niet kan, maar zonder perspectief wat je wel moet doen, komt er geen verandering. Het komt aan op vakbekwaamheid. Niet alleen van de medewerkers en bestuurders, maar ook van instanties, IGZ, opleidingen, verantwoordelijke politici, pers en ook de kennisorganisaties.

Het is belangrijk dat we een gedeelde visie krijgen op wat goede zorg is, passend bij de mensen om wie het gaat en die daar ook zeggenschap in moeten hebben. Met Zwarte Pieten over hun hoofden komen we niet verder en polariseren we op een niet productieve manier.

Meer informatie over verpleeghuiszorg

Meer informatie? Neem contact op met:

HenkLid raad van bestuur
Henk
Nies
Lid raad van bestuur h.nies@vilans.nl 06 22 49 88 62
Profiel
Persvragen? Neem contact op met afdeling communicatie via 06 460 433 51 of pers@vilans.nl