Inhaalslag bij bestrijding antibioticaresistentie verpleeghuizen

De afgelopen drie jaar hebben Nederlandse verpleeghuizen een grote inhaalslag gemaakt als het gaat om hygiënisch werken, bewustwording van de problematiek van antibioticaresistentie en het terugdringen van infecties. Dat is te danken aan het programma ‘Aanpak antibioticaresistentie in verpleeghuizen’ aldus adviesbureau Berenschot in een eindevaluatie van de nationale aanpak van ABR (antibioticaresistentie) in Nederland. Vilans heeft een centrale rol gespeeld bij de totstandkoming van het succes in de verpleeghuizen.

18-02-2020

Auteur: Eric Bassant

Van 2015 tot en met 2019 zijn drie ministeries (Volksgezondheid, Landbouw en Infrastructuur), het RIVM en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd met een nationaal actieplan de strijd aangegaan tegen antibioticaresistentie. Bacteriën zijn steeds vaker ongevoelig voor antibiotica. Dat maakt het moeilijk om infecties te bestrijden. De eindevaluatie van het actieplan dat eind vorig jaar naar de Tweede Kamer is gestuurd, geeft aan dat binnen de gezondheidszorg de meeste energie is uit gegaan naar de sector verpleeghuizen.

Kom naar het congres 'Samen sterk tegen antibioticaresistentie'  

Grootste urgentie bij verpleeghuizen

Emma Zwaveling is adviseur bij Berenschot en medeauteur van de eindevaluatie. Ze geeft aan onder de indruk te zijn van de resultaten op het gebied van ‘surveillance’, het verzamelen van data over de verspreiding van de resistentie tegen antibiotica. ‘In de zorg was de urgentie bij de verpleeghuizen het grootst, omdat beleid op het gebied van hygiëne en resistentie niet altijd de noodzakelijke prioriteit heeft gehad. Daar is veel aandacht aan ABR besteed. Ik denk dat wat is bereikt vrij duurzaam is. Het is nu belangrijk om antibioticaresistentie hoog op de agenda te houden.’ 

'Regionale samenwerking belangrijk'

Binnen de zorg zijn de meeste interventies ingezet in de verpleeghuissector en in mindere mate in de ziekenhuizen en de eerste lijn. ‘Mede omdat het in deze sectoren bij aanvang van het programma al relatief goed ging met betrekking tot infectiepreventie en antibioticabeleid,’ meldt het rapport. ‘In het kader van het programma zijn 10 regionale zorgnetwerken gevorm rond de academische ziekenhuizen plus het Amphia Ziekenhuis in Breda en de Isala Klinieken in Zwolle. De netwerken zijn ingericht en zijn operationeel. ‘Wil je een goede aanpak hebben, dan zul je regionaal moeten samenwerken. Je wil de regio in beeld hebben en op regionaal niveau interventies kunnen inzetten om antibioticaresistente tegen te gaan,' aldus Zwaveling. Ze is van mening dat de regionale zorgnetwerken in de toekomst meer op resultaat moeten worden aangestuurd.

Wil je een goede aanpak hebben, dan zul je regionaal moeten samenwerken.

Brede coalitie nodig

Vilans heeft een centrale rol gespeeld bij de totstandkoming van het succes in de verpleeghuizen. De kennisorganisatie heeft gefungeerd als aanjager, vormgever en coördinator van het programma, met VWS als opdrachtgever. De opdracht bestond uit drie onderdelen:

  1. Creëer draagvlak en bewustwording voor het thema. 
  2. Stimuleer dat antibiotica op een betere manier door de specialisten ouderengeneeskunde wordt voorgeschreven zodat het gebruik van antibiotica wordt gereduceerd. 
  3. Zorg ervoor dat in de verpleeghuizen minder infecties optreden doordat de medewerkers hygiënischer gaan werken.

‘Voor een succesvolle aanpak heb je een coalitie nodig van specialisten ouderengeneeskunde, verpleegkundigen en verzorgenden, deskundigen infectiepreventie, bestuurders en directies. Daarom wilden wij dat alle koepels zouden worden betrokken bij dit programma. En dat heeft geleid tot een mooie samenwerking,’ aldus Gerda van ’t Bosch, coördinerend beleidsmedewerker van VWS. 

Nieuwe richtlijnen voor voorschrijven antibiotica

V&VN is in een vroeg stadium aangehaakt bij het projectteam en ook Verenso, ActiZ, RIVM en VHIG zijn aangesloten bij de ‘ABR-coalitie’. ‘Het thema vraagt er bij uitstek om dat je de koppen bij elkaar steekt zodat je de krachten kunt bundelen,’ aldus Johan Vesseur, senior adviseur van Vilans die de afgelopen drie jaar is opgetreden als programmaleider. Hij heeft veel energie gestoken in het smeden van de coalitie. De samenwerking heeft er bijvoorbeeld toe geleid dat de specialisten ouderengeneeskunde nieuwe richtlijnen hebben opgesteld voor het voorschrijven van antibiotica bij lage luchtweginfecties en urineweginfecties.

Deze richtlijnen voor de twee meest voorkomende infecties in verpleeghuizen zijn in de loop van 2019 ingevoerd. Ze geven de specialisten een leidraad om voorzichtig om te gaan met antibiotica. Een op de vier antibioticakuren in verpleeghuizen is namelijk onnodig en hoe vaker antibiotica wordt voorgeschreven hoe groter de kans dat bacteriën resistent worden. Dit blijkt ook uit onderzoek van het RIVM.

Gedragsverandering

‘In de eerste fase van het project zijn we op zoek gegaan naar de juiste ervaringen om het probleem in kaart te brengen. We zijn gaan kijken in ongeveer tien verpleeghuizen waar we geluisterd hebben naar de verhalen van verzorgenden en verpleegkundigen. We ontdekten dat beïnvloeden van het gedrag van verzorgenden en verpleegkundigen erg belangrijk is. En dat instructiefilmpjes noodzakelijk zijn voor kennisoverdracht maar dat ze niet leiden tot gedragsverandering. Het gaat vooral om persoonlijke hygiëne: om het wassen van de handen, thuis wassen van je kleding op de juiste temperatuur, opbinden van lang haar of het afdoen van sieraden inclusief trouwringen,' zegt Vesseur. 

Instructiefilmpjes leiden niet tot gedragsverandering.

Een andere bevinding was dat er veel aandacht moet komen voor een hygiënische werkomgeving. Bijvoorbeeld vies beddengoed moet niet over een hele afdeling worden vervoerd maar gelijk in de kamer van een bewoner in een prullenbak worden gedaan. Desinfecterende middelen en hulpmiddelen als handschoenen en schorten moeten beschikbaar zijn. Terwijl er ook afspraken moeten worden gemaakt over bijvoorbeeld het schoonmaken van een tillift. Met de schoonmaakdienst moeten sowieso bewust worden samengewerkt.

Van gedoogcultuur naar bespreekcultuur

Verder was in de ‘onderzoeksfase’ een belangrijke conclusie dat medewerkers elkaar moeten kunnen aanspreken op vies gedrag. Je hoort elkaar feedback te geven, bijvoorbeeld als medewerkers zien dat een collega zijn of haar trouwring niet afdoet. ‘We constateerden dat we moesten overschakelen van een ‘gedoogcultuur’ naar een ‘bespreekcultuur',' aldus Vesseur. Een van de vondsten van het projectteam was daarom een poster die medewerkers kunnen ophangen tijdens een teamoverleg. Op de poster staat een halve man/halve vrouw afgebeeld en de belangrijkste punten als het gaat om persoonlijke hygiëne bij het contact met bewoners. Alleen al het ophangen van de poster maakt discussies los in de teams. Een ander laagdrempelig instrument om gesprekken over hygiëne op gang te brengen, is een ‘cijferspel’ dat mensen uitlokt om hun eigen gedrag op het gebied van persoonlijke hygiëne een cijfer te geven en stil te staan bij de teamprestatie op dit gebied.   

Online leeromgeving

In de tweede fase van het project zijn de instrumenten getest bij andere verpleeghuizen dan de 10 waarmee de eerste aanpak is ontwikkeld. Daarna is een verbeterslag aangebracht. Vervolgens moest worden opgeschaald aangezien de formele opdracht van VWS was om 2 teams op 500 verpleeghuislokaties te bereiken zodat het programma ‘impact’ zou krijgen. ‘Als je zoveel teams moet bereiken, kan dat alleen via een online leeromgeving, geeft Vesseur aan. Vilans heeft daarop vier leerroutes ontwikkeld die benaderbaar zijn via een website. Vervolgens moest nog veel energie worden gestoken worden in een campagne om teams in verpleeghuizen enthousiast te maken voor een nieuwe aanpak. Dit is gebeurd via de campagne ‘Goed verzorgen = schoon verzorgen’ waarmee een nieuwe norm is neergezet.

Expertise beschikbaar houden

Na het officiële einde van het programma zijn de stuurgroep en de coalitie voor de ABR-aanpak in de verpleeghuizen gehandhaafd. De tien regionale zorgnetwerken in het land die gevormd zijn rond academische en topklinische ziekenhuizen moeten ervoor zorgen dat expertise beschikbaar blijft. De rol van Vilans als aanjager is voorbij. Teams kunnen nog steeds zelf aan de slag in de leeromgeving. Vesseur: ‘We hebben het onderwerp op de agenda gezet. Ik hoop dat het wordt voortgezet. Er is geen aanleiding om te verslappen.’

Hoe nu verder?

Berenschot geeft in de eindevaluatie aan dat het ABR-programma heeft bijgedragen aan het beperken van antibioticaresistentie in Nederland. Tegelijk wordt opgemerkt dat niet alle resultaten zijn te meten en te beoordelen. Tevens geven de onderzoekers aan dat de meeste vooruitgang te boeken is in het buitenland maar dat dit ook ingewikkeld is omdat landen daar zelf over gaan. ‘De grootste dreiging komt uit het buitenland. Van reizigers die bijvoorbeeld opgenomen zijn geweest in een ziekenhuis en een resistente bacterie met zich meedragen naar Nederland. Nederland heeft de ABR redelijk op orde maar je zou willen dat ze in het buitenland beter omgaan met het voorkomen van antibioticaresistentie,’ aldus Zwaveling. 

Prioriteit bij bestuurders

Dichterbij huis zijn er nog steeds verbeterpunten. Het bestrijden van antibioticaresistentie staat niet altijd voldoende hoog op de prioriteitenlijst van bestuurders. Hun eerste prioriteit is momenteel zorgen voor voldoende personeel. ‘De aandacht van bestuurders en organisaties is belangrijk. We moeten ervoor zorgen dat ook na de afronding van het programma het onderwerp hoog op de agenda blijft,’ aldus Zwaveling. Vesseur vraagt zich af in hoeverre de IGJ straks blijft toezien op het thema van de resistentie bacteriën. ‘Het werkt als de IGJ hierop toeziet. De vraag is wel welke omvang dat toezicht de komende jaren zal hebben.’ 

We moeten ervoor zorgen dat het onderwerp hoog op de agenda blijft.

Gerda van ’t Bosch is positief. ‘Niet alle verpleeghuizen zijn bereikt maar er is veel ontwikkeld en in gang gezet dat voortgezet kan worden. Het is belangrijk dat de verpleeghuizen aansluiten bij de zorgnetwerken en dat de netwerken hun kennis en ervaring delen met nieuwe verpleeghuizen. Verder hebben alle coalitiepartijen in de stuurgroep laten weten te willen doorgaan met wat de afgelopen jaren is ontwikkeld. De resultaten zijn geborgd.’ Er komt geen aparte geldstroom beschikbaar voor antibioticaresistentie in de verpleeghuizen omdat het ministerie vindt dat hygiënisch werken en het voorkomen van infecties onderdeel zijn van kwalitatief goede zorg. 

Gehandicaptensector

De gehandicaptensector verkent momenteel wat een goede aanpak is om ook daar de antibioticaresistentie onder de aandacht te brengen. Van ’t Bosch: ’Ook in die sector heb je te maken met kwetsbare cliënten. Maar dat wil niet zeggen dat je precies dezelfde aanpak kunt kiezen als in de verpleeghuizen.’ Vilans en de regionale zorgnetwerken denken mee met de gehandicaptensector over de reductie van ABR. De gesprekken lopen nog. Eén ding is wel zeker, dat het voorbeeld van de verpleeghuizen duidelijk maakt dat er héél veel mogelijk is in drie jaar tijd.

Meer informatie? Neem contact op met:

JohanSenior adviseur
Johan
Vesseur
Senior adviseur j.vesseur@vilans.nl 06 31 93 49 40
Profiel
Persvragen? Neem contact op met afdeling communicatie via 06 460 433 51 of pers@vilans.nl