Professor Wilco Achterberg: 'Corona doet me denken aan aids'

Om de coronacrisis in de verpleeghuizen het hoofd te bieden moesten organisaties als het ministerie, de GGD en branchevereniging ActiZ razendsnel schakelen. Wilco Achterberg, hoogleraar institutionele zorg en ouderengeneeskunde en onderzoeker bij het Academisch Netwerk Ouderenzorg van UNC-ZH, vertelt over de aanpak, de impact en de geleerde lessen.

13-07-2020

Hoe het begon

‘Kort na de eerste besmettingen werden we als vertegenwoordigers van de academische werkplaatsen benaderd door het ministerie van VWS. Het wilde een team formeren om de uitbreiding van het coronavirus landelijk aan te pakken en vroeg ons om deel te nemen. We hadden gedurende de crisis regelmatig overleg met de directie langdurige zorg op het ministerie.’

De aanpak

Achterberg: ‘Van 41 grote verpleeghuisorganisaties zou elke week op een vast moment de notulen van de crisisteams worden geanalyseerd. Gemiddeld kregen we er steeds van 20 tot 25 organisaties de notulen binnen en dat gaf een representatief beeld. De analyse van die notulen leverde de basis voor onze adviezen. Ons onderzoek richtte zich niet op de kleine(re), maar zij hadden het vaak wel het moeilijkst. Die verpleeghuizen zijn vaak voor kort nog een verzorgingshuis geweest, waar de huisarts de medisch zorg deed. Die huizen zaten met de handen in het haar. Wij adviseerden ze om aansluiting te zoeken bij de grotere huizen. Leer van de sterkere broeders!’

‘We adviseerden organisaties om zich aan de RIVM-normen te houden. We wilden eenduidigheid, maar zagen dat dit niet helemaal zo werkte. We ontdekten namelijk dat de corona-adviezen van RIVM, GGD en Verenso in de tijd op een aantal punten van elkaar verschilden. Dat gaf verwarring. Zo werd verschillend geadviseerd over hoe lang iemand met het virus besmettelijk blijft. Virusdeeltjes kunnen in de ontlasting nog weken actief blijven. Maar kunnen die deeltjes in de ontlasting ook andere mensen besmetten? Daar werd verschillend over gedacht. Maar feit was dat we het gewoon niet wisten. Daardoor konden we hierover geen eensluidend advies geven. Naar de verpleeghuizen toe moet in de toekomst duidelijker zijn welke richtlijn zij het beste kunnen volgen. De keuze voor die richtlijn ligt, vind ik, bij het regionale hoofd van de GGD.’

We ontdekten dat de richtlijnen van RIVM, GGD en Verenso op een aantal punten van elkaar verschilden.

De impact

Achterberg: ‘De impact zat ‘m niet alleen in het risico van de besmettingen en het leed waarmee dat gepaard gaat, maar ook in de niet voorziene gevolgen voor het leven van alledag. Bedreigingen van familieleden bijvoorbeeld en gebons op de ramen, wat tot veel onrust leidde. En bewoners en medewerkers werden soms gek van al die goedbedoelde optredens op het plein voor het verpleeghuis.’

‘Ik ben ook betrokken bij verpleeghuis Topaz in Leiden. We wilden in Topaz passende zorg organiseren. Maar wat was passend? We zagen de beelden in Italië, Spanje en in ons land in Heerde. We hadden bij Topaz tachtig bedden vrijgemaakt, waarvan later maar een klein deel hoefde te worden gebruikt. In Zuid-Holland bereidden we een coronazorghotel voor. Ik zou daar gaan dokteren. In Limburg, waar ik bij Meander in de raad van toezicht zit, zouden we 300 bedden van Van der Valk in gaan zetten. We waren van alles aan het voorbereiden, maar wisten niet waar we goed aan deden. Er was paniek in het begin. We wisten zoveel niet. Het deed me denken aan mijn opleiding in de jaren ‘80 toen aids om zich heen greep. Jonge mensen gingen dood en je wist niet wat je er aan moest doen en hoe het verder ging.’

Mensen stierven aan aids en je wist niet wat je er aan moest doen en hoe het verder ging.

De geleerde lessen

‘Het landelijke bezoekverbod leidde tot schrijnende situaties. Verpleeghuizen moeten ruimte krijgen om hun eigen bezoekregeling te bepalen. Dat advies aan VWS van de academische werkplaatsen Leiden en Groningen kreeg in de media de meeste aandacht. En er zijn meer lessen te trekken met de kennis van nu. Zorgpersoneel moest in het begin met lichte klachten door blijven werken. Geen goed beleid. Moeten we voortaan anders regelen. Medewerkers in de verpleeghuizen hadden het zwaar. Fysiek en psychisch. Daar moeten we wat aan doen en die inspanning gaat verder dan beter ingrijpen bij een tweede coronagolf. De druk is sowieso hoog. Passende intensieve ondersteuning van medewerkers moet voortaan normaal zijn.’

‘We hebben ook geleerd hoe groot het belang is van regionale netwerken. Kijk maar hoe goed  ze dat in Brabant hebben gedaan. Een belangrijke les is het inzicht in de grote rol van het verpleeghuis in het totale zorgnetwerk. Mensen die van de IC werden ontslagen en niet direct naar huis gingen, konden naar het verpleeghuis toe. Goede samenwerking dus.’

Terugkijkend

‘Verpleeghuizen hebben door hun corona-aanpak de druk op de ziekenhuizen kunnen beperken. Anders gezegd, dat ziekenhuizen een effectieve behandelplek waren, is mede te danken aan de flexibiliteit in de capaciteitsplanning van de verpleeghuizen.'

‘Maar veel capaciteit die in verpleeghuizen was gereserveerd voor de opvang van zieke mensen uit het ziekenhuis, is uiteindelijk niet gebruikt. Ziekenhuizen durfden patiënten niet te vroeg te ontslaan. Patiënten zagen op tegen het bezoekverbod. Maar ik hoorde in het land ook dat meespeelde dat er veel ziekenhuisbedden leeg waren, omdat de reguliere zorg stillag. Die bedden moesten ook worden gevuld.’

Ga naar de overzichtspagina over het coronavirus

Meer informatie? Neem contact op met:

WouterSenior communicatieadviseur
Wouter
van den Elsen
Senior communicatieadviseur w.vandenelsen@vilans.nl 06 46 04 33 51
Profiel
Persvragen? Neem contact op met afdeling communicatie via 06 460 433 51 of pers@vilans.nl