Annelies Versteegden

Annelies Versteegden

Workshop - Denen doen het anders. Maar hoe dan?

Wat kunnen we leren van de zorg in Denemarken? En wat moeten we daarvan wel of niet overnemen in Nederland? Deze vragen stonden centraal in de workshop ‘Denen doen het anders. Maar hoe dan?’ op de Vilans Relatiedag. Prof dr. Rudi Westendorp leidde de discussie en lichtte vanuit zijn kennis en ervaring toe.

26-09-2019

Westendorp: ‘Vertrouwen en transparantie zijn de 2 sleutelwoorden als het gaat om de zorg in Denemarken. En dat is wederkerig, dus zowel vanuit zorgaanbieder als -vrager. Daarom maak ik me wel zorgen dat uit onderzoek blijkt dat er een toenemend wantrouwen in Nederland is ten opzichte van de gezondheidszorg.’ Westendorp woont in Kopenhagen, waar hij aan de universiteit is verbonden als hoogleraar ouderengeneeskunde. Hij begeleidde dan ook de discussie waar ingegaan werd op of Denemarken een belangrijke inspiratiebron kan zijn om de zorg in Nederland te verbeteren. De deelnemers van de workshop gingen aan de hand van 3 discussiestellingen met elkaar daarover in gesprek.

Foto's: APA Foto

Discussievraag 1: is reablement iets voor Nederland? 

Kirsten Tinneveld Madsen is oorspronkelijk Deense, woont in Nederland en is oprichter van Stichting Maak de Burger Meester. Deze stichting ontwikkelt, bundelt en verspreidt nationale en internationale kennis en ervaring die leidt tot meer vitaliteit en leefplezier bij burgers. Een van de ambities is om reablement naar Nederland te brengen. Reablement maakt ouderen onafhankelijk van de zorg door een intensief revalidatietraject en is in Denemarken een succes. Tinneveld Madsen: ‘Uit onderzoek blijkt dat 64 procent van de mensen die gebruik maken van thuiszorg door reablement binnen 6 tot 12 weken zelfredzaam zijn. Mensen geven aan daardoor gelukkiger en tevredener te zijn. Ook vinden zij het fijn om geholpen te worden om zichzelf weer te helpen.’

Gezamenlijke intake

‘Bij reablement zijn meerdere disciplines betrokken waarbij het team gezamenlijk de verantwoordelijkheid deelt. Zo wordt er één centrale intake gedaan. Dit kan bijvoorbeeld door de psycholoog gebeuren die dan gelijk ook het huishouden meeneemt.’ Westendorp: ‘Zoiets heeft natuurlijk wel consequenties voor de financiering. Dit bekent dat je voor zo’n traject wel de randvoorwaarden op orde moet hebben.’ 

Traject in Nederland 

Tinneveld Madsen: ‘Om reablement naar Nederland te brengen zijn we gestart met een traject van een jaar. We gaan 4 teams samenstellen die onder andere uit verpleegkundigen, fysiotherapeuten, ergotherapeuten en welzijnswerkers bestaan. De Vrije Universiteit in Amsterdam voert het onderzoek naar de effecten uit. Mijn discussievraag is of reablement ook iets voor Nederland kan zijn!’

Wat vinden de deelnemers?

Bij de stemming blijkt dat een meerderheid van de deelnemers vindt dat reablement inderdaad iets voor Nederland is. ‘Ik vraag me alleen wel af hoe nieuw dit eigenlijk is?’ merkt een van de deelnemers op. ‘Ik werk al heel lang in de gezondheidszorg en daar is al heel lang het beleid gaande om mensen meer zelf te laten doen.’ Westendorp: ‘Dit gedachtegoed is inderdaad niets nieuws. De vraag is vooral waarom het in landen als Denemarken meer floreert dan in Nederland. Interessant om daar goed naar te kijken.’

Discussievraag 2: moet alle zorg naar de gemeente? 

Nick Zonneveld was namens Vilans als onderzoeker betrokken bij onderzoek naar het Scandinavisch model dat in opdracht van de vaste Kamercommissie VWS werd uitgevoerd. Zonneveld: ‘Naast deskresearch, hebben we ook Nederlanders geïnterviewd die in Denemarken wonen. De geïnterviewden benadrukten vooral dat de zorg in Denemarken eenvoudig en overzichtelijk is. Als je in Denemarken zorg nodig hebt, kan je altijd terecht bij de gemeente. Het maakt daarbij niet uit of het om een indicatiestelling gaat of iets anders. Private zorgaanbieders spelen een veel kleinere rol in Scandinavië. De meeste zorg is publiek, lokaal georganiseerd. De vraag is of we in Nederland niet ook alle zorg moeten overhevelen naar de gemeente.’

Wat vinden de deelnemers?

Een minderheid van de deelnemers stemt voor. ‘Ik sta hier dubbel in,’ zegt een van de deelnemers die heeft tegengestemd. ‘Ik denk vooral: “Niet zoals de situatie nu in Nederland is.” De achterliggende principes zijn niet verkeerd, maar de huidige randvoorwaarden ontbreken. Nederland heeft ontzettend veel gemeentes die een enorme uitdaging hebben om dit te bolwerken met de jeugdwet en de Wet maatschappelijke ondersteuning.’ 

Dit proces heeft tijd nodig

Zonneveld: ‘We moeten niet vergeten dat dit proces in Scandinavië 30 jaar terug in gang in gezet. In Nederland is dit proces slechts 5 jaar gaande.’ Een van de deelnemers sluit daarop aan: ‘Ik denk dat de gemeentes niet goed zijn meegenomen in het proces. De overgang is te plotseling gegaan. Terwijl veel gemeentes het niet gewend zijn om mee te denken met mensen en de flexibele opstelling die daarbij hoort. Zoiets heeft inderdaad tijd nodig.’

Discussievraag 3: moeten we in Nederland gaan de-institutionaliseren?

Ook Vilans-onderzoeker Marjolein Herps was betrokken bij het onderzoek naar het Scandinavische zorgmodel. Herps: ‘In Scandinavië is het al decennialang het beleid om mensen zoveel mogelijk thuis te laten wonen. In Nederland is deze ontwikkeling nog relatief jong. In Zweden is in de wet zelfs opgenomen dat er maximaal 5 mensen met een verstandelijke beperking bij elkaar mogen wonen. Het huis moet dan gevestigd zijn in een gewone straat, waarbij ze allemaal moeten beschikken over een eigen slaap- en badkamer. In Nederland zijn er echter nog steeds veel instituten. Mijn discussievraag is of we in Nederland niet ook moeten gaan de-institutionaliseren!’

Wat vinden de deelnemers?

Een meerderheid van de deelnemers is voor. Daarbij gingen ze ook met elkaar in gesprek over welke elementen nodig zijn om dat goed te regelen. Een van de deelnemers zegt: ‘Belangrijk is dan wel dat het financieel mogelijk gemaakt wordt voor de persoon zelf. Zodat hij het zelf ook kan regelen.’ Iemand anders benadrukt dat het belangrijk dat de functies van het verpleeghuis in de wijk aanwezig moeten zijn. Discussie is er ook of er toch niet een groep overblijft die instituten nodig heeft. Sommige mensen kwijnen weg in een zelfstandige omgeving en bloeien juist op in een instituut met meer begeleiding en structuur. Tinneveld Madsen: ‘We moeten het oude denken loslaten. Zo kunnen mensen met vergaande dementie ook in een kleinschalige woonvoorziening wonen. Er zijn veel verschillende woonvormen mogelijk.’

Meer informatie? Neem contact op met:

AnneliesVoorzitter raad van bestuur
Annelies
Versteegden
Voorzitter raad van bestuur a.versteegden@vilans.nl 06 20 01 53 67
Profiel
Persvragen? Neem contact op met afdeling communicatie via 06 460 433 51 of pers@vilans.nl