Kwaliteit van zorg. Wie mag het zeggen?

De samenleving is op zoek naar een andere kwaliteit in de zorg, naar waarden waaraan we nu niet goed invulling kunnen geven. Dat schrijft hoogleraar ouderengeneeskunde Joris Slaets.

26-09-2018

De ethische vragen rondom goede zorg veranderen in de tijd, ook al is in onze samenleving een aantal onderliggende morele waarden redelijk stabiel. Zo vinden wij vrijheid, gelijkwaardigheid, rechtvaardigheid, geluk, gezondheid en zelfstandigheid intrinsiek goed. Op een hoog abstractieniveau kunnen we stellen dat zorg die mensen helpt om dergelijke waarden te bereiken, goede zorg is. Daar hebben we in Nederland veel in bereikt en er zijn weinig landen in de wereld waar dat beter geregeld is. Toch is de samenleving op zoek naar een andere kwaliteit in de zorg, naar waarden waaraan we nu niet goed invulling kunnen geven.

We zijn het leven van mensen in een psychogeriatrisch verpleeghuis als ‘onwaardig’ gaan bestempelen en geven exorbitante bedragen uit in de hoop dat het dan ‘waardig’ wordt. Wanneer we mensen met leukemie kunnen genezen dan moeten we het onwaardige bestaan van mensen met dementie ook niet meer accepteren, zo lijkt de redenering. Maar waardig leven gelijkstellen aan de afwezigheid van ziekte is al lang achterhaald. Zo is er veel commotie ontstaan over de kwaliteit van onze zorg en dan vooral van de langdurige zorg voor ouderen, voor mensen met beperkingen en  in de geestelijke gezondheidszorg. Hier wordt de vraag naar een andere dimensie van kwaliteit steeds nadrukkelijker gesteld.

Onderscheid tussen kaders

Om meer duidelijkheid te scheppen in die kwaliteitsdiscussie, wil ik onderscheid maken tussen twee kaders waarvan ik vind dat die in de praktijk schurende waarden met zich meebrengen. Het ene kader noem ik normatief en het andere narratief. Met normatief bedoel ik hier de bibliotheek van normen, regels en procedures in de zorg. Ik gebruik hier normatief dus niet als synoniem voor ethisch of moreel maar als dwingende richtlijnen die meetbaar, controleerbaar en vergelijkbaar zijn en voor iedereen gelden. 

Gesprek staat centraal

Bij het narratieve kader staat het gesprek als brug naar de ander centraal. Een gesprek als uitwisselend narratief, persoonlijk en relationeel. Het vereist een aanwezig zijn, een presentie. In dit model is het gesprek essentieel voor de kwaliteit van leven en daarmee ook voor de kwaliteit van zorg. Dit kader gaat niet over behoeften maar over verlangens, over positief welbevinden. Het verlangen wordt niet verteld en gehoord bij het afwerken van vragenlijsten, maar wordt kenbaar en voelbaar in de relatie. 

Twee perspectieven kunnen naast elkaar bestaan

Er is dus enerzijds een op ziekte en beperkingen gerichte zorg vanuit een liberaal gedachtengoed dat over behoeften gaat, en anderzijds zorg waarin de presentie en het verlangen centraal staan en die kansen schept om goed te doen. In mijn beleving kunnen deze twee perspectieven prima naast elkaar bestaan. Goede zorg gaat om kansen scheppen voor een natuurlijke relationele zorg én om het beperken van narigheid. Maar de twee kaders kunnen ook botsen en schuren en nieuwe vragen en dilemma’s oproepen in de handelingspraktijk. In mijn visie zou, bij twijfel, het kader van het verlangen het primaat moeten krijgen boven het kader van de behoeften. In de professionele zorg en zeker in de geneeskunde is het echter net andersom.”

Deze blog is geschreven door Joris Slaets, hoogleraar ouderengeneeskunde. Deze tekst is een abstract uit de 5e Els Borst Lezing. De complete lezing is te vinden op www.ceg.nl.

Dit artikel is eerder gepubliceerd in het Vilans magazine. Dit is een uitgave van het landelijke kenniscentrum voor de langdurende zorg Vilans en wordt gratis verspreid tijdens de Vilans Relatiedag.

Meer informatie? Neem contact op met:

HenkLid raad van bestuur
Henk
Nies
Lid raad van bestuur h.nies@vilans.nl 06 22 49 88 62
Profiel
Persvragen? Neem contact op met afdeling communicatie via 06 460 433 51 of pers@vilans.nl